Aardappelsap dat vrijkomt bij de productie van aardappelzetmeel en -eiwit moet op grote schaal worden gebruikt als grondstof voor biobased chemicaliën. Binnen het Europese PACE-project wordt daarvoor een bestaande productielocatie van aardappelzetmeelproducent Royal Avebe aangepast. De installatie moet jaarlijks 300.000 ton aardappelsap kunnen verwerken tot 20.000 ton gezuiverde vetzuren.
Het project wordt gecoördineerd door het Nederlandse technologiebedrijf ChainCraft. Het bedrijf ontwikkelde een fermentatieproces waarmee organische reststromen kunnen worden omgezet in middellange-keten vetzuren, ook wel MCFAs genoemd.
Deze vetzuren worden gebruikt als chemische bouwstenen en ingrediënten voor onder meer geur- en smaakstoffen, oppervlakteactieve stoffen, schoonmaakmiddelen en producten voor diergezondheid. De gangbare varianten worden onder meer gemaakt uit fossiele grondstoffen en plantaardige oliën.
Van aardappelsap naar vetzuren
Het aardappelsap ontstaat bij de verwerking van aardappelen. De reststroom wordt nu verwerkt tot producten met een relatief lage waarde, waaronder meststoffen en diervoeding. PACE wil het aardappelsap gebruiken voor de productie van chemicaliën met een hogere toegevoegde waarde.
Daarvoor wordt gebruikgemaakt van fermentatie en microbiële ketenverlenging. Micro-organismen zetten organische bestanddelen uit het aardappelsap om in vetzuren met vier tot acht koolstofatomen. Na zuivering kunnen deze stoffen worden gebruikt in verschillende chemische producten.
De nieuwe installatie wordt geïntegreerd in een bestaande productielocatie van Avebe. Het gebruik van bestaande infrastructuur moet de investering volgens het project met ongeveer 15 procent verlagen ten opzichte van de bouw van een volledig nieuwe fabriek. Avebe en ChainCraft noemden in 2024 Ter Apelkanaal in Groningen als beoogde locatie voor de fabriek.
Productie op industriële schaal
PACE moet aantonen dat de technologie ook op industriële schaal werkt. Het doel is jaarlijks ongeveer 300.000 ton aardappelsap te verwerken en daaruit 20.000 ton gezuiverde middellange-keten vetzuren te produceren.
De biobased vetzuren zijn bedoeld als alternatief voor varianten die uit fossiele grondstoffen of plantaardige oliën worden gemaakt. Binnen het project wordt ook onderzocht wat de uiteindelijke klimaatwinst van de nieuwe productieroute is. CBE JU verwacht dat de uitstoot van broeikasgassen bij de productie aanzienlijk lager kan liggen dan bij vergelijkbare vetzuren uit fossiele grondstoffen of palmolie.
Ook andere stromen uit het productieproces moeten zoveel mogelijk opnieuw worden gebruikt. Het project streeft onder meer naar hergebruik van 80 procent van het proceswater.
Europees project
PACE staat voor Potato Juice to Fatty Acids for New Bio-based Value-Chains in Europe. Het project ging in mei 2026 van start en loopt tot eind april 2030. De Europese bijdrage bedraagt bijna 20 miljoen euro.
Naast ChainCraft en Avebe doen bedrijven en kennisorganisaties uit verschillende Europese landen mee. Onder meer Ecover, Symrise en Syensqo gaan toepassingen van de geproduceerde vetzuren onderzoeken. Daarbij wordt gekeken naar schoonmaakmiddelen, oppervlakteactieve stoffen, geurstoffen en producten voor diergezondheid.
De komende jaren moet blijken of de productie op de geplande schaal technisch en economisch haalbaar is en of de biobased vetzuren in deze toepassingen een alternatief kunnen vormen voor bestaande grondstoffen.
Bron: circulareconomy.europa.eu
Foto: Aardappelsap dat vrijkomt bij de verwerking van aardappelen kan dienen als grondstof voor biobased chemicaliën. Liana S, Unsplash









