Op de Shinagh Estates Demonstration Farm bij Bandon in West-Cork is een installatie geopend die grasraffinage combineert met anaerobe vergisting. Volgens Circular Bio-based Europe Joint Undertaking, CBE JU, is het de eerste Ierse installatie die deze technieken op een boerderij op demonstratieschaal samenbrengt. Het project moet uitwijzen of gras behalve als veevoer ook kan worden benut voor eiwitten en materialen, terwijl reststromen worden gebruikt voor energie en meststoffen. Ook wordt onderzocht of dit boeren nieuwe verdienmogelijkheden biedt.
Verse grassnedes worden eerst mechanisch gescheiden in een vezelrijke perskoek en grassap. De vezelfractie kan worden gebruikt als veevoer, maar wordt binnen het project ook onderzocht voor toepassing in materialen. Uit de vloeibare fractie kunnen eiwitten en andere waardevolle bestanddelen worden teruggewonnen. Mogelijke toepassing van deze bestanddelen in voedingsmiddelen vraagt nog om verdere ontwikkeling en goedkeuring volgens de geldende regelgeving.
Processtromen die na de winning van deze producten overblijven, kunnen naar een vergister. Daarbij ontstaat biogas voor de productie van hernieuwbare energie. Ook blijft digestaat over, dat onder de daarvoor geldende voorwaarden als biobased meststof kan worden gebruikt.
Praktijktest op een boerderij
De nieuwe installatie heeft ongeveer 3 miljoen euro gekost en is gefinancierd door het Ierse ministerie van Landbouw, Voedselvoorziening en Maritieme Zaken. De infrastructuur wordt gebruikt als Ierse demonstratielocatie voor het Europese project Rural BioReFarmeries.
Binnen dat project wordt onderzocht of kleinschalige en regionale bioraffinage economisch en technisch uitvoerbaar is voor boeren en landbouwcoöperaties. Daarbij kijken de onderzoekers niet alleen naar de werking van de installaties, maar ook naar productkwaliteit, logistiek, milieueffecten en mogelijke verdienmodellen.
De combinatie van verschillende toepassingen staat centraal. Het gras wordt eerst gebruikt voor producten met een hogere potentiële waarde, zoals eiwitten en materialen. Resterende stromen worden vervolgens ingezet voor energieproductie en het terugwinnen van nutriënten. Deze zogeheten cascadering moet meer waarde uit dezelfde hoeveelheid biomassa halen.
Projectcoördinator James Gaffey van Munster Technological University benadrukt dat de installatie het mogelijk maakt verder te gaan dan proeven op pilotschaal. De resultaten moeten duidelijk maken of het concept onder normale bedrijfsomstandigheden levensvatbaar is en wat boeren en coöperaties nodig hebben om het toe te passen.
Nederlandse partners betrokken
Rural BioReFarmeries loopt van december 2024 tot en met november 2028. CBE JU draagt bijna 7,35 miljoen euro bij aan het project. Het consortium bestaat uit negentien organisaties uit acht Europese landen en staat onder leiding van Munster Technological University.
Ook drie Nederlandse organisaties zijn bij het project betrokken: PaperFoam uit Barneveld, Alganed uit Bilthoven en Stichting Wageningen Research. Het project onderzoekt uiteindelijk hoe het raffinagemodel kan worden aangepast en toegepast in verschillende Europese graslandregio’s.
De installatie in Cork moet eerst gegevens opleveren over de technische prestaties, productkwaliteit en economische haalbaarheid. Van commerciële toepassing is daarom nog geen sprake. De uitkomsten moeten later duidelijk maken of decentrale grasraffinage boeren daadwerkelijk nieuwe inkomsten kan bieden en tegelijkertijd kan bijdragen aan de Europese productie van eiwitten, materialen en hernieuwbare energie.
Bronnen: Circular Bio-based Europe Joint Undertaking en projectinformatie Rural BioReFarmeries.
Foto: Aart Beijeman, Pixabay









