Twee jaar op rij ging er minder biomassa door de Nederlandse kolencentrales. Vorig jaar draaide dat om. De centrales stookten weer ongeveer evenveel als in 2023, en net als in voorgaande jaren bestond het gestookte materiaal vrijwel geheel uit reststromen van de houtverwerkende industrie. Wel verschoof de herkomst ervan opvallend sterk richting Azië. Dat staat in de jaarrapportage die onderzoeksbureau CE Delft in augustus publiceerde in opdracht van de Dutch Biomass Certification Foundation.
In totaal is in 2025 1.792.972 ton biomassa ingezet ter vervanging van steenkool, 13 procent meer dan de 1.583.259 ton van een jaar eerder.
De cijfers komen uit de conformiteitsjaarverklaringen van de energiebedrijven. Die leveren vertrouwelijke gegevens per levering aan, die vanwege de mededingingsregels alleen geaggregeerd naar buiten mogen komen omdat ze anders te snel te herleiden zijn tot afzonderlijke bedrijven. Achter het jaartotaal gaan 222 administratieve leveringen schuil, met een gemiddelde omvang van ruim achtduizend ton. De grootste levering besloeg 58.508 ton, de kleinste 0,6 ton. Bij elkaar leverde de biomassa 14,5 petajoule aan elektriciteit en warmte op.
Nederland telt vier kolencentrales. De Amer-centrale draait sinds 1 januari 2025 volledig op biomassa, omdat de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie vanaf die datum geen kolen meer toestaat in centrales met een elektrisch rendement onder de 44 procent.
Schors, snippers en kromme stukken hout
Het aandeel reststromen kwam in 2025 uit op 97,6 massaprocent. Het gaat om materiaal dat in de zagerij geen bestemming heeft, zoals schors, verrotte en kromme stukken hout, kleine stukjes hout en houtsnippers. Daarnaast werd 1,5 procent diermeel gestookt, 0,8 procent zaagsel en 0,1 procent bleekaarde uit de oleochemie, een kleisoort die bij het raffineren van plantaardige en dierlijke oliën wordt gebruikt.
De volledige inzet viel in categorie 5, de klasse van biogene rest- en afvalstromen. Dat is sinds 2023 het geval. In de jaren 2020 tot en met 2022 ging er nog 4 tot 8 procent houtige biomassa uit bosbeheereenheden doorheen. Omdat die stromen niet meer in de centrales terechtkomen, waren de wettelijke eisen rond bodembeheer, koolstofvoorraden en duurzaam bosbeheer volgens CE Delft vorig jaar niet van toepassing op de gestookte biomassa.
Herkomst verschuift richting Azië
Waar de biomassa vandaan komt, veranderde in 2025 aanzienlijk. Noord-Amerika bleef met 43,5 procent de grootste herkomstregio, maar in 2024 was dat aandeel nog bijna 64 procent. Azië groeide van 28,7 naar 42,5 procent en de EU-landen van 7,6 naar 14 procent. Uit Europese landen buiten de Europese Unie kwam net als in de twee voorgaande jaren niets.
Voor het aantonen van de handelsketen leunden de energiebedrijven vooral op de schema’s SBP en GGL. SBP dekte 54,1 procent van de leveringen af, GGL 42,5 procent. Better Biomass was goed voor 3,3 procent, voor een klein restant is verificatie toegepast.
De rapportage over 2025 is korter dan die van eerdere jaren. Aanleiding is het aflopen van het Convenant duurzaamheid biomassa, dat energiebedrijven en milieuorganisaties in 2015 sloten als onderdeel van het Energieakkoord. Daarin is onder meer vastgelegd dat gesubsidieerde bij- en meestook maximaal 25 petajoule per jaar aan hernieuwbare energie mag opleveren. De milieuorganisaties lieten in 2021 weten uit het convenant te stappen, maar de tekst kent geen bepaling voor tussentijds vertrek en de energiebedrijven zijn de jaarrapportages blijven laten opstellen.
De conformiteitsbeoordelende instanties concluderen dat de biomassa in 2025 is ingezet volgens de duurzaamheidseisen uit de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. Voor de jaren daarna verandert het kader: op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gelden sinds 1 januari 2026 de duurzaamheidseisen van de Europese richtlijn hernieuwbare energie.
Bron: CE Delft
Foto: Roland Goovers









