Het Verenigd Koninkrijk verbruikt dit jaar naar verwachting 10,35 miljoen ton houtpellets, vier procent meer dan in 2025 en het hoogste niveau tot nu toe. Dat staat in een rapport van de Foreign Agricultural Service van het Amerikaanse ministerie van Landbouw, gepubliceerd via het Global Agricultural Information Network. Om aan die vraag te voldoen is naar schatting 10,15 miljoen ton import nodig.
De omvang van die import is de kern van het verhaal. Britse eigen productie is beperkt, en in de rapportage over 2024 kwam bijna 74 procent van de pellets uit de Verenigde Staten. Het Verenigd Koninkrijk is al jaren wereldwijd de grootste afnemer van geïmporteerde houtpellets, en die positie blijft dit jaar in stand.
Piek vlak voor een omslag in het Britse steunstelsel
Vrijwel de hele Britse afname gaat naar grootschalige energieopwekking. In de rapportage over 2024 werd ruim 93 procent van de vraag toegerekend aan industriële energieproductie, met zeven procent voor huishoudelijk en commercieel gebruik. Het residentiële segment is klein en loopt volgens diezelfde rapportage verder terug sinds de afbouw van de Domestic Renewable Heat Incentive.
De recordraming valt samen met een naderende verandering in de Britse steun. Volgens het rapport verschuift die naar verwachting tegen 2027 van Renewable Obligation Certificates naar Contracts for Difference. De Britse regering kondigde in februari 2025 aan dat de subsidies voor grootschalige biomassaproducenten vanaf april 2027 dalen tot een bandbreedte van 300 tot 650 miljoen pond per jaar, afhankelijk van de groothandelsprijzen voor elektriciteit. Daarbij komen strengere duurzaamheidscriteria, seizoensgebonden capaciteitslimieten, boetes bij productietekorten en een heffingsmechanisme voor overwinst.
Op 14 augustus verleende het Britse Environment Agency daarnaast een wijziging van de milieuvergunning die toepassing van koolstofafvang bij Drax Power Station mogelijk maakt. Het bedrijf had die aanvraag in mei 2023 ingediend. De vergunning betekent niet dat het project ook wordt uitgevoerd, want daarvoor zijn nog investerings- en beleidsbesluiten nodig.
Nederland ziet voorlopig af van verdere subsidieafbouw
In Nederland is de stimulering van laagwaardige toepassingen van houtige biogrondstoffen de afgelopen jaren stapsgewijs afgebouwd. Sinds 2017 worden geen nieuwe subsidies meer afgegeven voor bij- en meestook van biogrondstoffen. Per 2022 kwamen daar nieuwe beschikkingen voor lagetemperatuurwarmte onder de honderd graden bij. In 2023 eindigde de subsidie voor warmtetoepassing in de glastuinbouw en in stadsverwarming, en per 2024 is bij gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit de elektriciteitsproductie uitgesloten van nieuwe beschikkingen. Volgens de Kamerbrief over de openstelling van de SDE++ 2026 is het aantal aanvragen voor verbranding van biomassa daardoor sterk afgenomen.
Voor deze ronde is onderzocht of verdere afbouw opportuun zou zijn, als invulling van een eerdere toezegging aan de Tweede Kamer. De conclusie van het kabinet is dat verdere afbouw op dit moment niet wenselijk is. De resterende categorieën betreffen volgens de brief vooral overbruggingstoepassingen, waarvoor voorlopig onvoldoende duurzame alternatieven beschikbaar zijn. Verdere afbouw zou volgens minister Hermans van Klimaat en Groene Groei vooral het risico opleveren dat biogrondstoffen onbenut blijven en dat voor warmteproductie wordt teruggegrepen op fossiele alternatieven.
De aanvraagronde van de SDE++ is dit jaar met een maand verschoven en loopt van 27 oktober tot en met 26 november, met een budget van 8 miljard euro. Nieuw is onder meer een categorie voor levensduurverlenging van ketels op B-hout van 5 MW of meer. Daarbij is uitsluitend het warmteproducerende deel van de installatie subsidiabel, en alleen voor industriële toepassing, niet voor levering aan warmtenetten.
Bron: Biomassmagazine.com
Andere bronnen: USDA Foreign Agricultural Service; Bioenergy Insight; Kamerstuk 31239, nr. 444,, RVO
Foto: Sebastien Rabany – Adobe Stock









