Op 12 augustus is bij de werf van Baltic Workboats op het eiland Saaremaa het werkschip Kratt gedoopt. Het is het eerste grote werkschip van de Estse rijksvloot dat draait op biomethaan, aangevuld met een accupakket voor varen op stroom. Vanaf het najaar gaat het schip boeien leggen en onderhouden, vaarwegen bijhouden, zeeonderzoek ondersteunen en waar nodig optreden bij verontreiniging op zee.
De brandstof komt van het eiland zelf. Mest van Saaremaase melkveebedrijven gaat per tankwagen naar de biogasinstallatie in Tahula, waar het biogas wordt opgewerkt tot gecomprimeerd biomethaan. Volgens installatiebeheerder Lauri Jasmin zijn vijf vrachten mest nodig voor één container brandstof, wat ongeveer overeenkomt met de dagproductie van anderhalf groot melkveebedrijf. Het schip heeft drie containers aan boord en beschikt over een tweede set van drie, zodat er altijd een voorraad elders in Estland kan worden gevuld. Projectleider Rando Varblane noemde dat containersysteem in juli tegenover de Estse omroep ERR het onderscheidende element van de opzet.
Wat het schip kan
De Kratt is 38 meter lang en 10 meter breed, met een werkdiepgang van 2,5 meter. Vier gasgeneratoren leveren elk 350 kilowatt en de snelheid loopt op tot elf knopen. Op biomethaan haalt het schip tot duizend zeemijl bij zeven knopen. Het accupakket van 400 kilowattuur maakt twee uur varen op stroom mogelijk bij vijf knopen, of tien uur voor anker zonder dat de hulpmotoren hoeven draaien. Dat scheelt brandstof, uitstoot en geluid tijdens onderzoekswerk.
Aan boord is plaats voor zes bemanningsleden en tien onderzoekers. Er is ongeveer vijftig vierkante meter aan natte en droge laboratoriumruimte, met een doorstroomsysteem voor zeewater en voorzieningen voor bemonstering. Het dek is ingericht voor het uitzetten en binnenhalen van meetapparatuur, boeien en bodemstations, en de kraan tilt vijftien ton op drie meter uit de zijde. Met ijsklasse 1C kan het schip door veertig centimeter vast ijs. Zonder bevoorrading houdt het zeven dagen op zee vol. Daarnaast neemt de Kratt een kwart van de Estse capaciteit voor bestrijding van verontreiniging voor zijn rekening.
Proeftuin voor de scheepvaart
Riigilaevastik plaatste de opdracht in januari 2024 bij Baltic Workboats. Ontwerp en bouw namen dertig maanden in beslag en kostten ongeveer 22 miljoen euro. Volgens het persbericht is het project volledig gefinancierd uit het Europese herstelinstrument NextGenerationEU. Het is het eerste grote werkschip dat de Estse staat in tien jaar heeft besteld; het vorige, het hydrografische vaartuig Jakob Prei, kwam in 2014 uit een Duitse werf.
Directeur-generaal Andres Laasma van Riigilaevastik plaatste een nuchtere kanttekening bij de technologie. Gecomprimeerd biomethaan heeft zich aan land bewezen, zei hij tegen ERR, maar op zee nog niet. Hij ziet voor de rijksvloot een rol als proeftuin die de markt laat zien welke technieken betrouwbaar zijn. Margus Vanaselja, bestuursvoorzitter van Baltic Workboats, noemt in het persbericht de combinatie van biomethaan en elektrisch varen uniek in de wereld. Tegenover ERR zei hij te rekenen op afzet in landen als Noorwegen. Volgens Vanaselja varen er wereldwijd nog maar weinig schepen op biomethaan. Onafhankelijke bevestiging dat het hier om een wereldprimeur gaat, ontbreekt vooralsnog.
Het schip dankt zijn naam aan een landelijke prijsvraag waarvoor 2.285 voorstellen binnenkwamen. De kratt is een figuur uit de Estse volksverhalen die alle opgedragen klussen afmaakt.
Bron en foto: Riigilaevastik









