Een consortium van veertien Europese partijen werkt de komende jaren aan een nieuwe generatie hoogwaardige biobased kunststoffen op basis van polymelkzuur, beter bekend als PLA. Het project, met de naam SUPREME-PILOTS, ging in juni 2026 van start in Zaragoza en wordt gefinancierd vanuit het Europese onderzoeksprogramma Horizon Europe. De coördinatie ligt bij het Spaanse technologiecentrum Fundación AITIIP.
PLA wordt gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen zoals maïs of suikerbiet en geldt al langer als een van de meest kansrijke alternatieven voor fossiele kunststoffen. Voor veeleisende industriële toepassingen schiet het materiaal in zijn standaardvorm echter tekort: het kan te stijf of bros zijn, en biedt niet altijd voldoende hittebestendigheid, flexibiliteit of duurzaamheid voor langdurig gebruik.
Nieuwe bouwstenen voor betere eigenschappen
Het project wil die beperkingen wegnemen door PLA te combineren met andere biobased bouwstenen, waaronder polyester-polyolen en biobased polytetramethyleenether glycol (bio-PTMG). Door de verhoudingen tussen deze componenten aan te passen, moet het mogelijk worden de flexibiliteit, sterkte, hittebestendigheid en verwerkbaarheid van het uiteindelijke materiaal gerichter te sturen.
Voor de productie zet het consortium in op reactieve extrusie: een continu proces waarbij grondstoffen tegelijk worden verhit, gemengd en chemisch omgezet. Volgens de projectpartners kan deze methode het gebruik van oplosmiddelen beperken en bijdragen aan minder afval, een lager energieverbruik en lagere productiekosten. Kunstmatige intelligentie en machine learning worden ingezet om sneller tot kansrijke materiaalcombinaties te komen, met als doel de weg van laboratorium naar industriële productie te bekorten.
Het project werkt daarbij volgens het Europese principe van Safe and Sustainable by Design, waarbij veiligheid, duurzaamheid en circulariteit al vanaf de ontwerpfase worden meegewogen, in plaats van achteraf te worden getoetst.
Vier praktijktoepassingen als testcase
De ontwikkelde materialen worden niet alleen in het laboratorium beoordeeld, maar ook gevalideerd via vier praktijktoepassingen op verschillende industriële productietechnieken. Via grootschalige 3D-printing ontwikkelt het consortium lichte, geschuimde sport- en beschermingsproducten zoals valmatten en wandbescherming. Rotatiegieten moet leiden tot biobased en recyclebare producten voor de openbare ruimte, zoals plantenbakken. Met kalanderen wordt gewerkt aan duurzamere, slijtvaste vloerbedekking voor onder meer zorg- en sportlocaties, en via filmproductie en laminering ontwikkelt het project flexibele industriële bewegwijzering en waarschuwingstape als alternatief voor pvc.
Circulariteit vormt een rode draad door het project. Voor de ontwikkelde materialen wordt zowel naar mechanische als chemische recyclingroutes gekeken, met als doel de levensduur te verlengen en afval te beperken. Het consortium streeft naar een vermindering van meer dan 35 procent in CO₂-equivalente uitstoot.
Breed consortium, langere aanlooptijd
Naast Fundación AITIIP bestaat het consortium uit onder meer Novamont, FH OÖ Forschungs & Entwicklungs, Fundación GAIKER, Envico Research, Competence Center CHASE, Artigo, Comercial Edizar, Moses Productos, AM3D Metalica, LC Innoway, de Romeense standaardisatieorganisatie ASRO, Universidade Nova de Lisboa en het Zwitserse onderzoeksinstituut Empa. Daarmee is de volledige waardeketen vertegenwoordigd: van materiaalontwikkeling en verwerking tot productontwikkeling, normalisatie en duurzaamheidsbeoordeling.
Het project bevindt zich nu aan het begin van de uitvoeringsfase. De komende periode richten de partners zich op het ontwikkelen en testen van nieuwe PLA-formuleringen, het valideren van verwerkingsroutes en het voorbereiden van de industriële praktijktesten.
Bron: WIT News
Foto: LS Visuals, Adobe Stock









