Reststromen uit industriële fermentatie kunnen mogelijk dienen als grondstof voor de productie van mycoproteïne. Dat blijkt uit onderzoek waarin wetenschappers testten of de voedingsstoffen in een vloeibare reststroom van een bestaand fermentatieproces opnieuw bruikbaar zijn voor de kweek van schimmelbiomassa.
Mycoproteïne is een eiwitrijk voedingsingrediënt dat met schimmels wordt gemaakt en geldt als alternatief voor dierlijke eiwitten. De belangstelling komt voort uit het beperkte landgebruik en het feit dat de productie grotendeels losstaat van de gangbare landbouw. Het organisme in dit onderzoek is Fusarium venenatum, dezelfde schimmel die wordt gebruikt voor mycoproteïne in vleesvervangers.
De onderzoekers keken naar centrate, de vloeistof die overblijft nadat de schimmelbiomassa na fermentatie is afgescheiden. Die vloeistof bevat nog stikstofverbindingen, koolstofbronnen en andere voedingsstoffen, maar wordt doorgaans als afval afgevoerd. De vraag was of de stroom opnieuw kan dienen als voedingsbodem voor een volgende kweek.
Ammoniak en glucose bepalen de opbrengst
In de proeven leverde de reststroom inderdaad een bruikbare hoeveelheid nieuwe biomassa op. Onder de gunstigste omstandigheden kwam de opbrengst uit op bijna vier gram droge biomassa per liter, dicht bij de waarde die het rekenmodel voorspelde. De hoeveelheid ammoniak en glucose bleek het sterkst bepalend voor het resultaat. De koolstofconversie liep op tot ruim 29 procent, wat betekent dat een flink deel van de aanwezige voedingsstoffen in biomassa werd omgezet.
Volgens de auteurs heeft het hergebruik twee voordelen. De reststroom hoeft minder te worden bewerkt voordat hij kan worden afgevoerd, en er ontstaat extra eiwitrijke biomassa uit materiaal dat anders verloren gaat. De milieubelasting van het fermentatieproces kan zo lager uitvallen.
Het is niet het enige spoor in deze richting. In een verwante studie keken deels dezelfde auteurs of afgekeurde functionele dranken uit de drankenindustrie kunnen dienen als koolstofbron voor mycoproteïne. Snel opneembare suikers zoals glucose en sucrose leverden daarbij een hoge groeisnelheid op, al ging dat samen met een lagere biomassa-opbrengst en meer bijproducten.
Het onderzoek staat nog in een experimentele fase en is nog niet op industriële schaal beproefd. De resultaten suggereren wel dat een fermentatiereststroom als voedingsbodem voor een volgende kweek kan dienen, waardoor dezelfde grondstoffen meerdere keren worden ingezet.
Bron: arxiv.org
Foto: Vleesvervanger op schimmelbasis, grinchh – Adobe Stock









