Biobased materialen worden in Europa vooral besproken in het kader van klimaat en circulariteit. Het Bio-based Industries Consortium (BIC) legt in een nieuw rapport een ander accent. De brancheorganisatie wijst op de waarde van deze materialen voor defensie, ruimtevaart en veiligheid, en daarmee voor de strategische onafhankelijkheid van Europa. Materialen uit biomassa kunnen de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen en buitenlandse leveranciers verkleinen en blijven daarnaast bruikbaar op civiele markten.
Van groene chemie naar strategische autonomie
De verschuiving heeft een duidelijke aanleiding. Sinds de oorlog in Oekraïne, en onder druk van onzekere veiligheidsverhoudingen en haperende grondstoffenketens, kijkt Europa opnieuw naar de eigen industriële basis. Die discussie ging tot nu toe vooral over energie, chips en kritieke metalen. BIC vindt dat ook biomassa daarin thuishoort, als onderdeel van een weerbaarder Europese industrie.
Het rapport draait om het begrip dual use. Dat zijn technologieën en materialen die zowel civiel als militair inzetbaar zijn. Gps, internet en composieten begonnen ooit als defensieprojecten en werden later gemeengoed. BIC verwacht dat biobased materialen en biotechnologie een vergelijkbare weg kunnen afleggen.
Vier materiaalstromen met kansen
BIC noemt vier groepen biobased materialen die kansrijk zijn voor defensie. Het gaat om biobased polymeren voor voertuigen, koolstofvezels op biobasis voor drones en lichte constructies, natuurlijke vezels voor textiel en uniformen, en op lignine gebaseerde materialen voor energieopslag. Verre vergezichten zijn dat volgens de organisatie niet, want voor alle vier bestaan al bedrijven, grondstofstromen en technische kennis.
Een voorbeeld is biobased polypropyleen. Polypropyleen zit in veel voertuigonderdelen, van dashboards en deurpanelen tot bumpers. De biobased variant kan worden gemaakt uit zetmeelrijke gewassen, lignocellulose en afvalolie, en heeft volgens BIC dezelfde gebruikseigenschappen als de versie op aardoliebasis. In militaire voertuigen telt daarbij dat gewichtsbesparing het transport, het onderhoud en de inzet vergemakkelijkt.
Lignine is een ander materiaal dat BIC uitlicht. Deze reststof uit de pulp- en papierindustrie kan dienen als grondstof voor biobased koolstofvezels en voor harde koolstof in batterij-anodes. Dat is van belang omdat Europa veel batterijmaterialen invoert terwijl de vraag naar energieopslag toeneemt. Stora Enso heeft sinds 2021 een pilotlijn voor Lignode, waarin lignine uit de cellulosevezelproductie wordt omgezet in hernieuwbare harde koolstof.
Textiel uit Europese vezels
Een derde route loopt via textiel. Defensie stelt strenge eisen aan kleding en beschermende uitrusting: slijtvast, ademend, brandwerend en geschikt voor wisselende weersomstandigheden. Natuurlijke vezels als vlas, hennep, wol, brandnetel en miscanthus kunnen daarin volgens BIC een grotere rol krijgen. Europa voert nu veel textielvezels en garens in. Het rapport gaat uit van een jaarlijks Europees verbruik van 4,8 miljoen ton vezels en garens, waarvan 58 procent synthetisch is en 42 procent niet-synthetisch.
Voor landen als Nederland, België en Frankrijk is dat relevant. In Noordwest-Europa bestaan al ketens rond vlas, hennep, papier, chemie en composieten. De vraag is of die snel genoeg kunnen opschalen, en welke rol publieke inkoop daarbij krijgt. BIC pleit ervoor om biobased materialen expliciet te benoemen in Europese regels voor defensie-inkoop.
Defensie als eerste afnemer
Defensie kan zich anders gedragen dan de gewone consumentenmarkt, en dat is voor BIC een belangrijk argument. Op civiele markten verliezen biobased materialen vaak terrein zodra ze een paar procent duurder zijn dan fossiele alternatieven. Bij defensie wegen prestaties, leveringszekerheid en strategische beschikbaarheid zwaarder. Daardoor kan de sector als eerste grote afnemer optreden en zo helpen om nieuwe materialen op te schalen.
Niet elk biobased materiaal is daarmee geschikt voor militair gebruik. Het rapport benoemt ook de risico’s. Onderzoek met een civiel doel kan bij dual use kennis opleveren die de veiligheid raakt, en bij biotechnologie ligt dat extra gevoelig. BIC vindt daarom dat er heldere afspraken nodig zijn over open wetenschap, intellectueel eigendom, internationale samenwerking en het beschermen van kennis.
Biomanufacturing dreigt onderbelicht te blijven
De aandacht van Europese beleidsmakers gaat nu vooral naar kunstmatige intelligentie, halfgeleiders, cyberveiligheid en ruimtevaart, signaleert BIC. De biobased industrie blijft in dat debat onderbelicht. Dat noemt de organisatie een gemiste kans, omdat biomanufacturing dicht bij huis kan plaatsvinden, aansluit op bestaande Europese industriële clusters en de afhankelijkheid van import kan verkleinen.
De Verenigde Staten zijn op dit punt verder, aldus het rapport. Het Amerikaanse ministerie van Defensie verdeelde via het Distributed Bioindustrial Manufacturing Program 34 toekenningen met een totale waarde van 60 miljoen dollar, met opschalingssteun tot 100 miljoen dollar. De toepassingen variëren van biobased oplosmiddelen en brandstoffen tot PFAS-vrije smeermiddelen en chemische bouwstenen.
Met dit rapport verbreedt BIC het verhaal rond biobased materialen van duurzaamheid naar industriepolitiek en strategische autonomie. Of Nederlandse kennisinstellingen, chemiebedrijven, landbouwketens en materiaalproducenten zich op die markt richten, moet nog blijken.
Bron:
Rapport Bio-based Industries Consortium: Dual-use and the bio-based industries – a strategic opportunity for Europe
Foto: Bojan Milic, Pexels.com









