Het kabinet werkt aan een capaciteitsmarkt voor elektriciteit om voldoende vermogen beschikbaar te houden op momenten dat zon en wind weinig stroom leveren. Volledig kolengestookte centrales kunnen daar niet aan meedoen, schrijft minister S. van Veldhoven-van der Meer van Klimaat en Groene Groei in antwoord op Kamervragen van CDA-Kamerlid Henk Jumelet. Andere vormen van regelbaar vermogen blijven wel mogelijk. Gascentrales, waterstofcentrales en biomassacentrales kunnen onder voorwaarden deelnemen. Ook batterijsystemen en vraagrespons kunnen een rol krijgen.
Zekerheid als zon en wind minder leveren
Nederland krijgt steeds meer elektriciteit uit zon en wind. Dat verlaagt de uitstoot van de stroomproductie, maar maakt het elektriciteitssysteem ook afhankelijker van het weer. Op dagen met weinig wind en zon moet er voldoende ander vermogen beschikbaar zijn. Een capaciteitsmarkt beloont die beschikbaarheid. Partijen krijgen dan niet alleen betaald voor stroom die zij leveren, maar ook voor vermogen dat klaarstaat. Dat kan een centrale zijn die extra stroom produceert, maar ook een batterij of een bedrijf dat het stroomverbruik tijdelijk verlaagt.
Het kabinet heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat er een capaciteitsmarkt moet komen. De precieze vorm is nog niet bekend. In een brief over voorzieningszekerheid wil de minister de Tweede Kamer voor de zomer verder informeren over het tijdpad en de stappen die nog nodig zijn.
Europese regels sluiten kolen uit
De ruimte voor een capaciteitsmarkt wordt voor een belangrijk deel bepaald door Europese regels. Een capaciteitsmechanisme moet voldoen aan de Europese Elektriciteitsverordening, Verordening EU 2019/943. Die stelt eisen aan de CO2-uitstoot van centrales die meedoen. Volgens Van Veldhoven sluiten Europese verduurzamingseisen volledig kolengestookte centrales uit. Die eisen maken deel uit van de staatssteunregels waaraan een capaciteitsmechanisme moet voldoen en gelden voor alle lidstaten. Nederland kan volledig kolengestookte centrales daarom niet opnemen in een eigen capaciteitsmechanisme.
De verordening kent twee grenzen, 550 gram CO2 per kilowattuur en een jaarlijks gemiddelde van 350 kilogram CO2 per kilowatt geïnstalleerd vermogen. De minister schrijft dat met de Europese Commissie nog wordt nagevraagd of centrales aan beide voorwaarden tegelijk moeten voldoen.
Biomassa biedt route naar regelbaar vermogen
De uitsluiting geldt voor elektriciteit uit volledig kolengestookte centrales. Een bestaande centrale is als installatie niet automatisch uitgesloten. Volgens de minister kan deelname mogelijk zijn wanneer een centrale aan de Europese CO2-eisen voldoet, bijvoorbeeld door over te stappen op een andere brandstof zoals biomassa.
Biomassa blijft daarmee een duidelijke optie voor regelbaar vermogen. Zulke capaciteit is nodig wanneer het elektriciteitssysteem extra aanbod vraagt, vooral op momenten dat de productie uit zon en wind laag is en de vraag naar stroom hoog blijft. Biomassacentrales kunnen dan bijdragen aan leveringszekerheid, omdat zij niet afhankelijk zijn van het actuele weer.
Die rol vraagt wel om duidelijke voorwaarden. Europese emissieregels, staatssteunvoorwaarden, kosten en baten en Nederlandse duurzaamheidseisen spelen daarbij mee. Het onderscheid is helder. Volledig kolengestookte productie wordt uitgesloten, terwijl andere vormen van regelbaar vermogen nog kunnen worden beoordeeld.
Batterijen en vraagrespons naast centrales
De minister wijst ook op technieken die geen brandstofcentrale zijn. Een capaciteitsmechanisme moet technologieneutraal worden ingericht. Binnen zo’n opzet kunnen ook vraagrespons en energieopslag via batterijen bijdragen aan leveringszekerheid. Vraagrespons betekent dat bedrijven of andere gebruikers hun stroomvraag tijdelijk aanpassen. Batterijen kunnen stroom opslaan als er veel aanbod is en later terugleveren als de vraag stijgt. Dat geeft het elektriciteitssysteem meer ruimte om schommelingen in vraag en aanbod op te vangen.
De uitwerking van de capaciteitsmarkt moet duidelijk maken hoe zulke verschillende vormen van flexibiliteit met elkaar worden vergeleken. Een gascentrale, een biomassacentrale, een batterij en een bedrijf dat tijdelijk minder stroom gebruikt, leveren niet precies dezelfde dienst. Wel kunnen ze allemaal helpen om tekorten op kritieke momenten te voorkomen.
Keuzes over capaciteit volgen later
Van Veldhoven schetst nog geen definitief ontwerp voor de Nederlandse capaciteitsmarkt. Zij schrijft dat het kabinet kijkt naar ervaringen in omringende landen, waaronder België, waar volledig kolengestookte centrales ook geen onderdeel zijn van het capaciteitsmechanisme. De keuzes over deelname, vergoeding en duurzaamheidseisen moeten nog worden gemaakt.
Bij biomassa draait het vervolg vooral om de voorwaarden die het kabinet straks stelt. De minister noemt biomassa als mogelijke alternatieve brandstof voor centrales die aan de Europese CO2-eisen willen voldoen. Daarmee blijft de optie open om biogrondstoffen in te zetten voor regelbaar vermogen, mits dat past binnen de duurzaamheidseisen en de bredere afweging over beschikbaarheid, kosten en toepassing.
De aangekondigde brief over voorzieningszekerheid moet duidelijk maken hoe het kabinet die afweging wil maken. Tot die tijd staat vast dat kolen buiten de capaciteitsmarkt vallen. Biomassa, batterijen, vraagrespons, gas en waterstof blijven onderdeel van de verdere uitwerking.
Bron: Tweede Kamer, beantwoording van Kamervragen van het lid Jumelet over de uitwerking van een capaciteitsmechanisme om de voorzieningszekerheid van elektriciteit te borgen en de rol van kolencentrales: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?did=2026D24315&id=2026Z07153
Foto: Martijn Beekman









