Nederland had jarenlang een vaste plek op de Europese energiekaart als aardgasland. Na het einde van de gaswinning in Groningen verschuift de aandacht naar een nieuwe rol voor het bestaande gassysteem. Niet langer uitsluitend als drager van fossiel gas, maar steeds vaker als infrastructuur voor groen gas uit mest, afval en organische reststromen.
De ambitie is groot. In 2030 moet de productie van groen gas uitkomen op 2 miljard kubieke meter per jaar. Daarmee gaat de discussie niet alleen over klimaatdoelen, maar vooral over de vraag hoe bestaande infrastructuur, logistiek en technische kennis een plek krijgen in een energiesysteem dat sneller verandert dan ooit.
In Europa groeit de belangstelling voor deze transitie zichtbaar. Groen gas wordt gezien als een onmisbare aanvulling op elektrificatie en waterstof, vooral voor sectoren waar directe elektrificatie lastig is. Juist daardoor is de Nederlandse ontwikkeling internationaal interessant. Nederland dient als praktijkvoorbeeld van een land dat een volwassen gassysteem ombouwt in plaats van afschrijft.
Een markt tussen doorbraak en uitvoering
De afgelopen jaren is de productie van groen gas uit de pioniersfase gegroeid. Er zijn meer installaties en op meer locaties wordt gas ingevoed op het net. Toch blijft de afstand tot de doelstelling voor 2030 aanzienlijk. Dat maakt de komende jaren bepalend.
De technische haalbaarheid staat op veel plekken niet meer ter discussie. De echte vraag is of de opschaling snel genoeg kan verlopen. De grootste spanning zit vaak niet in de installatie zelf, maar in de randvoorwaarden. Denk aan vergunningen, netaansluitingen en de constante beschikbaarheid van geschikte reststromen.
In dit krachtenveld speelt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een faciliterende rol achter de schermen. Door kennis te ontsluiten en marktpartijen te verbinden, helpt RVO de afstand te verkleinen tussen ambitieus overheidsbeleid en de weerbarstige praktijk van ondernemers.
Syngas als sleutel tot volume
De huidige markt drijft grotendeels op de vergisting van mest en natte reststromen. Tegelijk groeit het besef dat deze techniek alleen niet genoeg is om de grens van 2 miljard kubieke meter te halen. Vergisting heeft een natuurlijke limiet, doordat de beschikbaarheid van bepaalde biomassastromen begrensd is.
Om de doelstellingen te bereiken, is ook thermische vergassing nodig. Bij dit proces wordt droge biomassa, zoals snoeiafval of complexe reststromen, onder hoge temperatuur omgezet in syngas, ook wel synthesegas genoemd. Dit gas is een belangrijk tussenproduct dat vervolgens kan worden opgewerkt tot groen gas van aardgaskwaliteit.
Het grote voordeel van deze route is de schaalbaarheid. De hoeveelheid beschikbare droge biomassa is veel groter dan de natte stromen die geschikt zijn voor vergisting. Syngas is daarmee niet alleen een technisch alternatief, maar vooral de noodzakelijke motor voor de gevraagde volumegroei.
Van subsidiemarkt naar stabielere vraag
Een fundamentele verschuiving is dat groen gas steeds minder wordt benaderd als alleen een subsidiemarkt. Waar regelingen zoals de SDE plus plus jarenlang een basis legden onder projecten, verschuift de aandacht nu naar een systeem waarin de vraag structureel wordt georganiseerd.
De aanstaande bijmengverplichting voor energieleveranciers speelt daarin een hoofdrol. Dit verandert het investeringsbeeld. Als de afzet beter voorspelbaar wordt, verbetert ook de financierbaarheid van grote vergassingsprojecten en syngasinstallaties.
De onzekerheid verdwijnt daarmee niet. Ze verschuift van de vraag of er een businesscase kan zijn, naar vragen over marktinrichting, tempo en risicodeling.
Circulaire waarde en systeemintegratie
De Nederlandse aanpak kenmerkt zich door een sterke focus op systeemintegratie. Een groengasinstallatie wordt niet langer gezien als een opzichzelfstaande fabriek, maar als een circulaire hub.
Afgevangen biogene CO2 kan worden geleverd aan de glastuinbouw, waar het wordt gebruikt voor plantgroei. Restproducten kunnen worden verwerkt tot hoogwaardige biomeststoffen. Juist in deze koppelingen ontstaat extra waarde die nodig is voor een rendabele exploitatie.
De kracht zit in het slim verbinden van grondstof, energieproductie en reststroomverwerking. Of het nu gaat om kleinschalige vergisting of grootschalige vergassing, het doel is een gesloten kringloop.
De kracht van een fijnmazig netwerk
Onder deze ontwikkelingen ligt een factor die vaak over het hoofd wordt gezien, namelijk de kwaliteit van het bestaande netwerk. Nederland bezit een van de meest fijnmazige gasnetten ter wereld. Dit netwerk is technisch volwassen en verbonden met internationale systemen. Daardoor hoeft de logistiek van transport niet opnieuw te worden uitgevonden.
De voorsprong zit in details zoals drukbeheer en booster stations die gas van regionale netten naar het landelijke hogedruknet pompen. Groen gas krijgt pas echt betekenis op schaal als het betrouwbaar en onder duidelijke voorwaarden geleverd kan worden.
De Nederlandse transitie is daarmee vooral een test van uitvoering. Hoe goed laat een bestaand systeem zich aanpassen aan nieuwe grondstoffen zoals syngas en nieuwe marktregels? De fase die nu aanbreekt draait om bouwen, aansluiten en versnellen. De sector heeft laten zien dat het technisch werkt. De volgende vraag is hoe snel groen gas een vaste pijler van de nieuwe energiehuishouding wordt.
Meer informatie
Dit artikel is ook gepubliceerd in Rynek Biogazu i Biometanu, de mei 2026 uitgave van Magazyn Biomasa.
Het rapport Creating value in the biobased economy 2025 biedt meer inzicht in de Nederlandse strategie en technologische oplossingen voor de internationale biobased economie. Het rapport gaat onder meer in op betrouwbare biomassaketens, opschaling van biobrandstoffen en de ontwikkeling van biobased materialen.
Foto: René Notenbomer, Adobestock. Houtsnippers als biomassa-brandstof vastgehouden door een werknemer in een centrale voor hernieuwbare energie









