Voor het eerst zijn er officiële Europese regels voor het certificeren van technieken die CO2 uit de atmosfeer halen en permanent vastleggen. Het bijbehorende certificeringssysteem is deze maand in werking getreden, onder meer voor biochar. Deelname is vrijwillig, maar wie meedoet krijgt te maken met heldere kwaliteitseisen. Dat is belangrijk nieuws voor de biomassasector: biochar krijgt daarmee een officiële plek naast nieuwere technieken zoals directe luchtafvang. Wat houdt dit precies in, en wat verandert er voor de markt?
Wat is er gebeurd?
De Europese Commissie heeft de eerste regels vastgesteld onder een nieuwe verordening met een lange naam: de Carbon Removals and Carbon Farming-verordening, kortweg CRCF. Dit kader bepaalt onder welke voorwaarden technieken die CO2 uit de atmosfeer halen, een Europees keurmerk kunnen krijgen. Drie technieken vallen onder de eerste regels:
- Directe luchtafvang met opslag (DACCS): machines die CO2 uit de buitenlucht zuigen en ondergronds opslaan.
- Biogene afvang met opslag (BioCCS): CO2 die vrijkomt bij het verbranden of vergisten van biomassa wordt afgevangen en ondergronds opgeslagen.
- Biochar: plantaardige reststromen worden zonder zuurstof verhit (een proces dat pyrolyse heet), waarbij een stabiele, koolstofrijke stof ontstaat die honderden jaren in de bodem kan blijven.
De Commissie nam de regels op 3 februari 2026 aan. Het Europees Parlement en de Raad tekenden geen bezwaar aan. Half april verscheen de gedelegeerde verordening in het Publicatieblad van de EU, en twintig dagen later traden de regels formeel in werking.
Wat betekent “permanent vastleggen”?
Bij klimaatbeleid wordt vaak onderscheid gemaakt tussen het verminderen van uitstoot en het actief weghalen van CO2 die er al is. Dat tweede heet carbon removal of CDR (Carbon Dioxide Removal). Om als permanent te tellen moet de vastgelegde koolstof minstens enkele eeuwen op zijn plek blijven. Voor biochar rekent de CRCF met de hoeveelheid koolstof die naar verwachting na 200 jaar nog vastligt.
Voor biochar zijn vooral drie onderdelen bepalend:
- Duurzame grondstof: de gebruikte biomassa moet voldoen aan Europese duurzaamheidseisen (RED III). Afval en residuen uit land- en bosbouw spelen daarbij een belangrijke rol, maar ook andere stromen kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen. Hout uit waardevolle bossen mag niet gebruikt worden.
- Chemische stabiliteit: dit wordt gemeten met de verhouding tussen waterstof en koolstof in het materiaal (de H/Corg-ratio). Die mag voor elke batch maximaal 0,7 zijn. Hoe lager, hoe stabieler de koolstof.
- Eerlijke berekening: alleen de daadwerkelijk vastgelegde CO2 telt mee, na aftrek van de uitstoot bij oogst, transport en productie.
Biochar levert nu al de meeste CO2-credits
Het is geen toeval dat biochar als een van de eerste technieken een Europees keurmerk krijgt. In de praktijk levert biochar al jaren het meeste CO2-vastleggingswerk binnen de zogenoemde vrijwillige carbonmarkt, de markt waar bedrijven vrijwillig credits kopen om hun uitstoot te compenseren.
Cijfers van marktplatform CDR.fyi laten dit duidelijk zien: in het tweede kwartaal van 2025 werd in totaal 116.800 ton aan permanente CDR-credits geleverd, waarvan 89,4 procent uit biocharprojecten. Sinds het begin van 2022 is 86 procent van alle daadwerkelijk geleverde permanente CDR-credits afkomstig van biochar. Tegelijk vertegenwoordigt biochar maar 10 procent van het volume aan langlopende contracten; daar domineert BECCS met 75 procent. Met andere woorden: BECCS contracteert grote hoeveelheden voor de toekomst, biochar levert nu.
Volgens SINTEF en marktanalisten zijn er meerdere redenen voor de snelle groei van biochar: de techniek is meteen inzetbaar dankzij bestaande pyrolyse-installaties en biomassareststromen, biochar verbetert de bodemstructuur en het waterbergend vermogen, het meet- en controlesysteem is relatief volwassen, en de prijs ligt lager dan bij andere duurzame technieken. Daar komen volgens CDR.fyi twee marktredenen bij: de tijd tussen contract en levering is kort, en kopers kunnen klein beginnen. Dat maakt biochar aantrekkelijk, ook voor partijen buiten de groep van zeer grote opdrachtgevers zoals Microsoft, Google, BCG en JPMorgan.
Van vrijwillige markt naar Europees keurmerk
Tot nu toe werden biochar-credits vooral uitgegeven onder vrijwillige standaarden zoals de Puro Standard van Puro.earth en het Europese EBC (European Biochar Certificate). Dat zijn private kwaliteitskeurmerken; goed werk, maar zonder gemeenschappelijke wettelijke basis. Met de CRCF komt daar een Europees, juridisch verankerd keurmerk bij.
In de praktijk zal het nog even duren voordat de eerste Europese certificaten daadwerkelijk worden uitgegeven. Certificeringsschema’s kunnen zich nu aanmelden voor erkenning door de Commissie. Daarna moeten ook de keuringsbureaus die de daadwerkelijke audits uitvoeren, een accreditatieproces doorlopen. Pas dan kunnen projecten echte CRCF-eenheden ontvangen.
Biochar en BECCS: aanvullend, niet concurrerend
In discussies over CDR wordt biochar vaak afgezet tegen BECCS, alsof bedrijven moeten kiezen tussen het ene of het andere. Dat is een verkeerd beeld. De CRCF behandelt beide technieken binnen hetzelfde kader, met methodologieën die parallel zijn ontwikkeld. Marktplaatsen werken hier al naar. Carbonfuture meldde zelf eind 2025 dat het 2026 inging met bijna tien miljoen ton aan duurzaam CDR-aanbod, verdeeld over biochar, BECCS en DACCS.
Voor de Europese biomassasector is dat een belangrijke boodschap: de regelgeving kiest niet één route, maar laat ruimte voor verschillende strategieën binnen één markt. De methoden verschillen onderling. Voor BioCCS gelden bijvoorbeeld extra eisen rond geologische opslag. Maar de overkoepelende kwaliteitscriteria zijn voor alle drie de routes gelijk. Die criteria heten in EU-jargon QU.A.L.ITY: kwantificering, additionaliteit (de techniek zou er zonder de credits niet komen), langetermijnopslag en duurzaamheid.
Wat volgt
Tijdens de voorbereiding zijn de regels op een aantal punten aangescherpt. Voor biochar mag een activiteitsperiode maximaal vijf jaar duren. Binnen die periode werkt de certificering met perioden van maximaal één jaar waarin de daadwerkelijk vastgelegde hoeveelheid wordt vastgesteld. Bij de onzekerheidsberekening voor een van de methoden om permanentie te bepalen is verder een conservatieve opslag van 2,5 procent opgenomen. Ook mogen certificeringsschema’s data uitwisselen om de methodologie in de toekomst verder te verfijnen.
Later in 2026 worden nog twee aanvullende sets regels verwacht. Eén voor carbon farming: praktijken in land- en bosbouw die koolstof vastleggen, zoals agroforestry, herstel van veengebieden en herbebossing. En één voor koolstofopslag in biobased bouwmaterialen, waarmee gebouweigenaren straks kunnen aantonen hoeveel koolstof in hun gebouw is vastgelegd. Daarnaast werkt de Commissie aan een EU Buyers’ Club, gekoppeld aan de nieuwe Europese bio-economiestrategie. Dat initiatief moet de vraag naar gecertificeerde verwijderingen bundelen en zo de markt op gang brengen.
Voor projectontwikkelaars in de biochar- en BioCCS-sector breekt nu een periode van wachten en voorbereiden aan. De eerste daadwerkelijk uitgegeven CRCF-eenheden worden op zijn vroegst later in 2026 verwacht, maar 2027 is ook mogelijk.
Bron: Europese Commissie — EU sets world’s first voluntary standard for permanent carbon removals
Foto: Marcin, Pexels.com









