De Rotterdamse chemische industrie kan in 2050 tot de helft minder fossiele grondstoffen nodig hebben, maar alleen als wordt gekozen voor grootschalige, gecoördineerde ontwikkeling. Dat is de centrale conclusie van een nieuw onderzoek dat de provincie Zuid-Holland heeft laten uitvoeren naar syngasketens in het Rotterdamse Haven-Industrieel Complex (HIC). De studie, uitgevoerd door Tekenkamer van de Industrie en Sproule ERCE, legt de nadruk op één kernboodschap: schaal is allesbepalend.
Strategisch hart van Europa
Het Rotterdamse havengebied verwerkt jaarlijks circa 200 miljoen ton koolstofhoudende materialen en heeft een eigen conversiecapaciteit van 50 miljoen ton per jaar, waarmee het de grootste koolstofconversiehub van Europa is. Geen ander cluster in Europa kan deze rol op korte termijn overnemen. De transitie naar netto-nul en circulariteit vereist dat dit enorme volume aan fossiele koolstof geleidelijk wordt vervangen door hernieuwbare alternatieven.
Syngas, een mengsel van koolmonoxide (CO) en waterstof (H2), is van oudsher geproduceerd uit steenkool of aardgas, maar kan ook worden gewonnen uit afvalstromen en biomassa. Daarmee fungeert het als een veelzijdige brug tussen hernieuwbare grondstoffen en bestaande chemische productieprocessen. Via vervolgconversies als Fischer-Tropsch-synthese en methanol-to-olefins kunnen er brandstoffen en chemische bouwstenen van worden gemaakt die fossiele alternatieven vervangen.
Drie scenario’s met zeer verschillende uitkomsten
De onderzoekers ontwikkelden drie fundamenteel verschillende ontwikkelscenario’s, elk gedefinieerd door een andere schaal: 100.000 ton hernieuwbare koolstof per jaar (Version 1: Circular Carbon Niche), 1 miljoen ton per jaar (Version 2: Industrial Scale) en 10 miljoen ton per jaar (Version 3: Renewable Carbon Megahub). Deze drie versies zijn geen opeenvolgende stappen op een groeipad, maar bewust gepolariseerde strategische keuzes met sterk uiteenlopende consequenties.
De uitkomsten per scenario zijn duidelijk. Version 1 leidt tot vroege actie maar dekt minder dan 10% van de toekomstige koolstofvraag en leidt tot blijvende importafhankelijkheid. Version 2 bereikt een betekenisvolle schaal maar is door ruimtebeperkingen in het HIC beperkt tot circa 20% van de benodigde hoeveelheid. Alleen Version 3 is groot genoeg om echte strategische autonomie te bereiken en mikt op 50% van de koolstofvraag, met als voorwaarde dat er een dedicated syngas-infrastructuurnetwerk wordt aangelegd dat productie en gebruik over het hele cluster heen ontkoppelt en integreert. De onderzoekers vatten de conclusie kernachtig samen in de titel van hun rapport: Go Big or Go Home.
Schaal bepaalt wie de regie voert
Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat de vereiste regie verschuift naarmate de schaal groeit. Bij Version 1 zijn het projectontwikkelaars die bottum-up het voortouw nemen. Bij Version 2 zijn grote industriële spelers en joint ventures aan zet, ondersteund door stabiel langetermijnbeleid. Bij Version 3 is nationale regie onvermijdelijk, omdat alleen de nationale overheid de institutionele positie heeft om afstemming te organiseren met Europese partijen en de bredere ARRRA-regio.
Gedeputeerde Arne Weverling van Haven en Industrie onderschrijft de uitkomst: de provincie roept partijen op samen de volgende stap te zetten en het idee van een syngasketen in Zuid-Holland verder uit te werken.
Biomassa en afval als grondstof
Naast afvalstromen speelt biomassa een centrale rol als grondstof voor vergassing in de syngasketen. Daarnaast kan syngas worden geproduceerd via de omzetting van CO2 via de reverse water-gas shift-reactie. Deze diversiteit aan grondstoffen vergroot de leveringszekerheid en maakt de keten robuuster onder geopolitieke druk, een factor die in het onderzoek uitdrukkelijk is meegewogen.
Het volledige whitepaper en de bijbehorende technische rapporten zijn openbaar beschikbaar.
Bron: Provincie Zuid-Holland
Foto: Nataraj, Adobe Stock









