De Europese Investeringsbank en het Italiaanse energieconcern Eni hebben een lening van 500 miljoen euro gesloten voor een nieuwe biorefinery in Sannazzaro de’ Burgondi, in Lombardije. Met het geld wil Eni een deel van de bestaande raffinaderij ombouwen voor de productie van biobrandstoffen. De fabriek moet vanaf 2028 HVO diesel en duurzame vliegtuigbrandstof produceren. De geplande capaciteit ligt op ongeveer 550.000 ton per jaar.
De lening heeft een looptijd van vijftien jaar. Het project omvat de ombouw van bestaande installaties, de bouw van een voorbehandelingsfabriek voor afval en reststromen en de aanpassing van ondersteunende infrastructuur. Volgens Eni gaat het onder meer om gebruikte frituuroliën, dierlijke vetten en reststromen uit de agrofoodsector.
Omschakeling op bestaande locatie
Eni kiest in Sannazzaro opnieuw voor ombouw van een bestaande raffinaderij. De locatie beschikt al over infrastructuur en logistieke voorzieningen. Volgens het bedrijf blijft de conventionele raffinage op het terrein aanwezig, terwijl daar biobrandstoffen aan worden toegevoegd.
Voor de Europese Investeringsbank is dit de tweede grote financiering voor een biorefinery van Eni in korte tijd. In juli 2025 tekenden beide partijen al een lening van 500 miljoen euro voor de ombouw van de raffinaderij in Livorno. De nieuwe lening past in de groeiplannen van Enilive, dat zijn productiecapaciteit voor biobrandstoffen wil verhogen naar 5 miljoen ton in 2030, waarvan meer dan 2 miljoen ton duurzame vliegtuigbrandstof.
HVO en SAF
Met de nieuwe installatie richt Eni zich op brandstoffen voor sectoren waar elektrificatie minder snel verloopt. HVO is bedoeld als alternatief voor fossiele diesel in onder meer zwaar wegtransport. SAF moet bijdragen aan de verduurzaming van de luchtvaart. Eni noemt duurzame vliegtuigbrandstof in dit verband een van de beschikbare routes om de uitstoot van vliegen te verlagen.
De Europese Investeringsbank koppelt de lening aan bredere Europese doelen rond energietransitie en vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. In het persbericht verwijst de bank ook naar REPowerEU.
Grondstoffen uit reststromen
Voor de nieuwe biorefinery rekent Eni op grondstoffen als gebruikte oliën, dierlijke vetten en andere reststromen. Daarmee sluit het project aan bij een bredere ontwikkeling in Europa, waar bestaande raffinaderijen op meer plaatsen worden aangepast voor de verwerking van biogene reststromen tot transportbrandstoffen. Die ontwikkeling vergroot ook de vraag naar zulke grondstoffen.
Vanaf 2028 moet in Sannazzaro naast conventionele raffinage ook biobrandstof worden geproduceerd.
Bron: Europese Investeringsbank
Foto: Franpad – Wikimedia









