Nieuw onderzoek van het Karlsruhe Institute of Technology laat zien dat Europa volgens een gunstig scenario genoeg biomassareststromen heeft om fossiele brandstoffen in het wegverkeer volledig te vervangen. Ook op kortere termijn is het potentieel groot. Al in 2030 zou meer dan de helft van de brandstofvraag kunnen worden ingevuld met hernieuwbare vloeibare brandstoffen.
De discussie over de toekomst van mobiliteit draait vaak om elektrificatie. Maar volgens onderzoekers van het Karlsruhe Institute of Technology, KIT, ligt er ook potentieel in rest en afvalstromen uit landbouw, bosbouw en de biobased economie. In hun studie berekenen zij dat de Europese Unie tegen 2040 genoeg klimaatneutrale vloeibare brandstoffen zou kunnen produceren om het volledige wegverkeer te bedienen. Al in 2030 zou meer dan de helft van de vraag kunnen worden gedekt.
Het gaat daarbij niet om speculatieve nieuwe grondstoffen, maar om stro uit de landbouw, houtige reststromen uit de bosbouw en organisch afval. Daar komen vanggewassen en energiegewassen op laagproductieve gronden bij, die volgens de onderzoekers niet concurreren met voedselproductie. Juist die brede mix maakt het systeem volgens KIT robuuster en minder afhankelijk van één specifieke grondstof.
Gebruikt frituurvet is slechts een klein deel van het totaal
In het debat over hernieuwbare brandstoffen gaat veel aandacht uit naar gebruikt frituurvet. Volgens KIT vertegenwoordigt used cooking oil echter slechts ongeveer één procent van het totale grondstoffenpotentieel. Het grotere volume zit volgens de onderzoekers in landbouwresiduen, houtvezels en andere biogene reststromen.
De studie keek naar meerdere productieroutes. Een daarvan is HVO, waarbij oliehoudende reststromen worden omgezet in een dieselvervanger. Daarnaast onderzochten de auteurs methanolgebaseerde processen, waarbij plantaardige reststromen via een tussenstap worden verwerkt tot benzine of dieselvervangers. HVO is al commercieel beschikbaar, terwijl andere routes nog in ontwikkeling zijn en volgens KIT in voertuigen worden getest.
Vloeibare brandstoffen blijven onderdeel van het mobiliteitssysteem
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van BMW AG, samen met het Deutsches Biomasseforschungszentrum, ingenieursbureau Freyberger en BMW zelf. De studie gaat uit van een ambitieus scenario waarin de uitvoering van het Klimaatakkoord van Parijs slaagt en de benodigde randvoorwaarden tijdig worden ingevuld. Het gaat dus om een potentieel onder gunstige omstandigheden.
Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat elektrificatie volgens de auteurs niet alle brandstofvraag direct wegneemt. Een groot deel van het bestaande wagenpark blijft nog jaren in gebruik. Hernieuwbare vloeibare brandstoffen kunnen voor die voertuigen een route bieden om de uitstoot te verlagen, naast verdere elektrificatie van het vervoer.
Voor de biomassasector is dit relevant omdat de studie laat zien dat juist reststromen een belangrijke rol kunnen spelen in een toekomstige Europese markt voor hernieuwbare transportbrandstoffen. Ook benadrukken de onderzoekers dat verschillende conversieroutes, van HVO tot methanol gebaseerde brandstoffen, de keten minder kwetsbaar maken als de samenstelling van de beschikbare grondstoffen verandert.
De studie laat daarmee vooral zien hoe groot het theoretische potentieel van Europese reststromen kan zijn. Of dat potentieel ook wordt benut, hangt volgens de onderzoekers af van beleid, opschaling en de beschikbaarheid van duurzame biomassa.
Bron: Karlsruhe Institute of Technology. Het volledige onderzoek is gepubliceerd via KITopen
Foto: KIT









