Biomassa duikt op in een debat waar de sector de afgelopen jaren juist naar de achtergrond leek te verdwijnen. Niet via een oproep voor nieuwe subsidie of extra bijstook, maar in de discussie over leveringszekerheid en de vraag hoe Nederland zijn elektriciteitssysteem robuust houdt als de druk oploopt.
Aanleiding is de hernieuwde aandacht voor bestaande kolencentrales en hun mogelijke rol na 2030. Die discussie gaat allang niet meer alleen over steenkool. Op de achtergrond speelt ook de vraag welke installaties kunnen worden omgebouwd, welke locaties van waarde blijven voor reservevermogen en welke brandstoffen inzetbaar zijn als zon en wind niet genoeg leveren. Juist daar komt biomassa opnieuw in beeld.
In het rapport Autonoom en veilig van Topsector Energie schetsen experts een scenario waarin centrales in een mottenballenconstructie technisch beschikbaar blijven, met een voorraad steenkool of biomassa, om in een crisissituatie tijdelijk basislast te kunnen leveren. Het gaat om een denkrichting, geen uitgewerkt beleidsbesluit. Toch is de passage veelzeggend, omdat biomassa hier opduikt als opslagbare energiedrager in een energiesysteem dat ook onder zware druk moet blijven functioneren.
Opslagbare brandstof krijgt opnieuw gewicht
Biomassa werd de afgelopen jaren vooral benaderd als omstreden dossier, met discussie over duurzaamheid, subsidies en maatschappelijk draagvlak. Nu schuift een andere eigenschap naar voren, namelijk dat biomassa opgeslagen kan worden en inzetbaar is op het moment dat dat nodig is. In een elektriciteitssysteem met veel weersafhankelijke productie is dat geen detail, maar een kwaliteit die zwaarder gaat meewegen.
Bestaande centrales worden daardoor anders bekeken. Niet alleen als fossiele erfenis, maar ook als mogelijke schakels in een nieuw systeem. Een centrale is meer dan een plek waar kolen werden verstookt. Het is ook een locatie met netaansluiting, infrastructuur, technische kennis en soms mogelijkheden voor ombouw naar biomassa, CO2 afvang of een combinatie van beide.
Dat speelt niet alleen in studies en scenario’s. Ook de eigenaren van de centrales dringen aan op snelle duidelijkheid. Zij willen ruim voor 2030 weten welke rol hun installaties nog kunnen spelen en onder welke voorwaarden investeringen zinvol zijn. Dat gaat over onderhoud, ombouw, brandstofkeuzes en de vraag of beschikbaar vermogen straks op een of andere manier wordt beloond.
Vooral de koppeling met biomassa maakt het onderwerp relevanter dan een discussie over kolen alleen. RWE houdt voor de Eemshavencentrale rekening met een route richting duurzame biomassa in combinatie met CCS. Ook Uniper ziet meer in ombouw van de Maasvlakte centrale naar biomassa met CO2 afvang, al hangt zo’n stap af van politieke duidelijkheid over steun, regelgeving en een markt voor koolstofverwijdering.
Politiek zoekt naar ruimte na 2030
Ook in Den Haag ligt de kwestie inmiddels open op tafel. Henri Bontenbal bracht in de Kamer de vraag op of het wel verstandig is om alle kolencentrales in 2030 zonder meer te sluiten als leveringszekerheid zwaarder gaat wegen. Daarbij wees hij ook op de mogelijkheid om centrales om te bouwen richting biomassa, om zo capaciteit beschikbaar te houden. Minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven kondigde daarop aan dat het kabinet voor de zomer met een Kamerbrief komt over de mogelijkheden voor een capaciteitsmarkt.
Daarmee schuift het debat op van een sluitingsdatum naar de inrichting van het systeem na 2030. De stroomvraag stijgt door elektrificatie van industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving, terwijl tegelijk een deel van het bestaande regelbare vermogen verdwijnt. Daardoor groeit de aandacht voor capaciteit die niet voortdurend hoeft te draaien, maar wel beschikbaar moet blijven voor schaarse momenten of noodsituaties.
In dat veranderende krachtenveld krijgt biomassa opnieuw betekenis. Niet als vanzelfsprekende groeimarkt en ook niet zonder voorwaarden, maar als opslagbare brandstof in een energiesysteem dat meer nodig heeft dan alleen goedkope productie op goede wind en zonnedagen. Naarmate wind en zon een groter deel van de elektriciteitsmix vormen, groeit ook de behoefte aan flexibiliteit, opslag en inzetbare capaciteit.
Biomassa keert zo terug in het debat over leveringszekerheid. Niet als herhaling van een oud verhaal, maar als onderdeel van de zoektocht naar een energiesysteem dat schoon, stabiel en weerbaar genoeg is voor de jaren na 2030.
Bron: Rapport Autonoom en veilig: hoe Nederland zijn energiepositie kan versterken, Topsector Energie, maart 2026.
Foto: De discussie over leveringszekerheid richt zich steeds vaker op bestaande centrales, ombouw en opslagbare brandstoffen zoals biomassa.
Eemshaven, Nataraj, Adobe Stock









