Bedrijven en kennisinstellingen kunnen sinds 17 maart een vooraanmelding doen voor een nieuwe openstelling binnen de MOOI regeling voor koolstofverwijdering. Opvallend is dat RVO daarbij expliciet ruimte noemt voor langdurige opslag van CO2 in producten, waaronder opslag van CO2 uit lucht, water of biogene puntbronnen, en opslag van CO2 in materialen die uit biomassa bestaan.
Daarmee raakt de regeling direct aan het domein van biogrondstoffen. Waar koolstofverwijdering vaak vooral wordt gekoppeld aan afvang en ondergrondse opslag, laat deze openstelling zien dat ook biobased materialen in beeld komen binnen het Nederlandse innovatiebeleid. Die beleidslijn volgt uit de manier waarop RVO het innovatiethema voor langdurige opslag van CO2 in producten heeft omschreven.
Langdurige opslag in producten
RVO onderscheidt binnen de regeling drie innovatiethema’s: technieken voor afvang van CO2, technieken voor permanente koolstofverwijdering en technieken voor langdurige opslag van CO2 in producten. Voor dat laatste thema geldt dat de producten de CO2 minstens 35 jaar moeten opslaan. RVO noemt als voorbeelden opslag via carbonaten of andere chemische reacties, opslag van CO2 uit lucht in biobased materialen en onderzoek naar de randvoorwaarden van zulke routes.
Dat is relevant, omdat hiermee niet alleen wordt gekeken naar verwijdering van koolstof uit de atmosfeer of uit biogene bronnen, maar ook naar de vraag in welke producten die koolstof langdurig kan worden vastgelegd. In de regeling worden sectoren genoemd als industrie, gebouwde omgeving en landbouw.
Niet alle routes tellen mee
De regeling trekt tegelijk duidelijke grenzen. RVO richt zich op technische innovaties en sluit natuurlijke oplossingen binnen dit innovatiethema uit. In de handleiding vallen vastlegging in planten, bomen, bodems en grond hierbuiten. Ook het begraven van biomassa hoort niet bij deze openstelling.
Daardoor ligt de nadruk niet op klassieke landgebaseerde klimaatmaatregelen, maar op innovatieve materialen, processen en ketens waarin koolstof aantoonbaar langdurig in de economie blijft opgeslagen. Voor een site als Biomassafeiten is juist dat relevant: biogrondstoffen komen hier niet in beeld als energiebron, maar als drager van koolstofopslag in materialen en producten. Die duiding is een interpretatie van de regeling, gebaseerd op de afbakening en voorbeelden van RVO.
Vooraanmelding verplicht
De openstelling kent een verplichte vooraanmelding. Die loopt van 17 maart 2026 om 09.00 uur tot en met 16 april 2026 om 17.00 uur. Daarna kunnen geselecteerde samenwerkingsverbanden van minimaal drie ondernemingen tussen 2 juni en 3 september 2026 een definitieve aanvraag indienen. Het totale budget bedraagt 10 miljoen euro en de maximale subsidie per project is 4 miljoen euro.
Biobased materialen krijgen zichtbare plek
De betekenis van deze regeling zit vooral in de beleidsmatige erkenning. RVO laat zien dat koolstofverwijdering in Nederland niet alleen wordt gezien als een kwestie van afvang en opslag onder de grond, maar ook als een innovatievraag rond materialen en biogene koolstof. Daarmee krijgen biobased materialen een zichtbare plek in een subsidieregeling die is bedoeld voor toekomstige klimaatoplossingen.
Bron: RVO, MOOI Koolstofverwijdering
AI gegenereerd beeld van biobased materialen









