Het Gerecht van de Europese Unie heeft de bezwaren van milieuorganisaties tegen de Europese regels voor biomassa afgewezen. Daardoor blijft biomassa voorlopig meetellen binnen de EU regels die bepalen welke investeringen als duurzaam gelden. Voor de bio economie is dat een belangrijk signaal, omdat de Europese Commissie haar huidige koers mag voortzetten.
De zaak was aangespannen door onder meer Robin Wood, Comité Schone Lucht en andere milieuorganisaties. Zij wilden dat de Europese Commissie haar besluit over biomassa opnieuw zou bekijken. Het Gerecht ging daar niet in mee. Volgens de rechters is er geen juridische basis om de Commissie te dwingen haar eerdere besluit te herzien.
De uitspraak laat de bestaande regelgeving in stand en biedt tegelijk ruimte voor investeringen in toepassingen van biomassa binnen de Europese bio economie. Banken, fondsen en bedrijven gebruiken deze Europese regels om te bepalen welke activiteiten als duurzaam meetellen. Nu biomassa daarbinnen blijft vallen, houden projecten in hernieuwbare energie, circulaire grondstoffen en biobased productie onder de bestaande voorwaarden toegang tot groene financiering.
Voor bedrijven en investeerders brengt dat duidelijkheid. Juist in een sector die afhankelijk is van stabiel beleid en investeringen voor de lange termijn, weegt juridische zekerheid zwaar. De uitspraak bevestigt dat biomassa voorlopig onderdeel blijft van het Europese duurzaamheidskader.
Dat biedt ruimte voor verdere ontwikkeling van projecten en investeringen die zijn gericht op hernieuwbare koolstof, circulaire grondstoffen en verduurzaming van de industrie. Biomassa behoudt daarmee voorlopig een stevige plek binnen het Europese beleid voor de bio economie.
Bron: Gerecht van de Europese Unie, zaak T 575/22, Robin Wood e.a. / Europese Commissie, 18 maart 2026, InfoCuria.
Foto: Een zitting van het Gerecht van de Europese Unie in Luxemburg. Foto ter illustratie © Europese Unie









