Biowetenschapper Vincent Eijsink van de Norwegian University of Life Sciences heeft de Novonesis Biotechnology Prize 2026 ontvangen. Hij krijgt die onderscheiding voor onderzoek dat duidelijk maakte hoe taaie biomassa veel efficiënter kan worden afgebroken. Dat inzicht is van groot belang voor de verwerking van plantaardige reststromen tot biobrandstoffen, chemicaliën en materialen.
Een hardnekkig raadsel in de biomassa
Jarenlang worstelden wetenschappers met een fundamentele vraag. Hoe kunnen bacteriën en schimmels stevige natuurlijke materialen zoals hout en stro relatief snel afbreken, terwijl dat in het lab vaak traag en kostbaar verloopt? Lange tijd was de gedachte dat dit vooral gebeurde via enzymen die de chemische bindingen in cellulose met behulp van water doorknippen.
In de praktijk bleek dat mechanisme maar een deel van het verhaal. Eijsink en zijn team ontdekten dat er nog een tweede proces meespeelt, dat cruciaal is voor een snelle afbraak.
Enzymen maken de structuur eerst toegankelijk
De onderzoekers brachten een nieuwe groep enzymen in beeld, de zogeheten LPMO’s. Die enzymen breken cellulose niet simpelweg af, maar maken het materiaal eerst toegankelijker voor andere enzymen.
Dat werkt als volgt. LPMO’s gebruiken zuurstof en elektronen om het harde oppervlak van biomassa plaatselijk open te maken. Daardoor ontstaan nieuwe aangrijpingspunten voor enzymen die de celluloseketens verder kunnen afbreken. Het resultaat is dat de totale omzetting van biomassa veel sneller en efficiënter verloopt dan eerder mogelijk leek.
Van wetenschappelijke doorbraak naar toepassing
De ontdekking veranderde het beeld van biomassaverwerking ingrijpend. Waar onderzoekers eerst vooral keken naar enzymen die biomassa in stukjes knippen, werd nu duidelijk dat ook het eerst openmaken van de structuur essentieel is. Juist de samenwerking tussen die processen maakt het verschil.
De betekenis van dat inzicht reikt verder dan de wetenschap. LPMO’s worden inmiddels gebruikt in commerciële enzymmengsels voor de verwerking van biomassa. Voor bioraffinaderijen is dat belangrijk, omdat enzymen een flink deel van de productiekosten kunnen bepalen. Als met minder enzymen toch meer suikers uit reststromen zoals stro, maïsstengels en houtige biomassa worden gehaald, verbetert de economische haalbaarheid van biobased productie.
Ook relevant voor andere biogrondstoffen
Eijsink werkte niet alleen aan cellulose, maar ook aan chitine, een taaie natuurlijke stof die voorkomt in onder meer schimmels en schaaldieren. Ook daar bleek dit type enzymen van grote waarde. Daarmee opent het onderzoek de deur naar nieuwe toepassingen van moeilijk afbreekbare biogrondstoffen.
Prijs voor duurzame biotechnologie
De Novonesis Biotechnology Prize wordt jaarlijks uitgereikt door de Novo Nordisk Foundation. De prijs bekroont biotechnologisch onderzoek dat bijdraagt aan vernieuwende en duurzamere productie. De officiële uitreiking vindt plaats op 24 april 2026.
Bron: Novo Nordisk Foundation
Foto: Tommy Normann/NMBU









