De Europese bioeconomie groeit verder, maar de stap van innovatie naar productie op grote schaal blijft moeilijk. Dat beeld komt naar voren in het Jaarverslag 2025 van het Bio based Industries Consortium, BIC. De sector verbreedt, trekt nieuwe leden aan en krijgt in Brussel meer aandacht. Tegelijk blijft de vraag hoe nieuwe biobased processen en producten de fase van pilot en demonstratie kunnen ontstijgen.
Volgens BIC is dat nu de kern van het probleem. Europa heeft kennis, technologie en samenwerkingsverbanden, maar te weinig projecten bereiken de fabrieksschaal. Daardoor blijft een deel van het economische en maatschappelijke potentieel onbenut.
Groei in netwerk en ambities
BIC telde eind 2025 in totaal 375 industriële leden en 340 associate members. Het consortium vertegenwoordigt bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen die werken aan biobased industrie in Europa. In 2025 bracht BIC zijn werk samen in drie hoofdthema’s, innovatie en opschaling, toegang tot financiering en beleidsontwikkeling.
Die indeling laat zien waar volgens de organisatie de echte opgave ligt. Niet alleen nieuwe technologie ontwikkelen, maar ook zorgen dat die technologie een plek krijgt in de markt en in de industrie. Juist daar loopt de sector nog vaak vast.
Twee moeilijke fasen
In het jaarverslag beschrijft BIC twee kritieke overgangen. De eerste ligt tussen onderzoek en demonstratie. De tweede tussen demonstratie en commerciële productie. Vooral die laatste stap is lastig. In deze fase lopen de investeringen snel op, terwijl de risico’s voor bedrijven en financiers groot blijven.
Dat is ook de lijn in de berichtgeving van Agro&Chemie over het rapport. De Europese bioeconomie groeit, maar de opschaling blijft het struikelblok. Daarmee raakt het consortium een bekend probleem in de sector. Er is vaak wel steun voor onderzoek en ontwikkeling, maar minder voor de fase waarin nieuwe installaties daadwerkelijk gebouwd en opgeschaald moeten worden.
Kapitaal voor fabrieken blijft schaars
Om die kloof te verkleinen werkte BIC in 2025 samen met investeerdersplatform Tech Tour. Tijdens bijeenkomsten in Gent en Wuppertal presenteerden tientallen bedrijven zich aan investeerders, banken en industriële partners. Volgens het jaarverslag waren daarbij ongeveer 80 investeerders betrokken. In Gent ging het om 36 bedrijven, in Wuppertal om 38.
Daarmee probeert BIC een hardnekkig probleem aan te pakken. Veel biobased bedrijven stranden niet op technologie, maar op financiering. Een pilot of demonstratieproject is nog te overzien, maar een eerste commerciële fabriek vraagt veel meer kapitaal. Zolang financiers die stap te risicovol vinden, blijft opschaling uit.
BIC publiceerde daarom ook een aparte beleidsnotitie over financiering van biomanufacturing in Europa. De boodschap is duidelijk. Zonder gerichte financiering voor de stap naar industriële productie blijft een deel van de sector steken in proefprojecten.
Meer aandacht in Brussel, nu nog uitvoering
In 2025 was de nieuwe Europese Bioeconomy Strategy een belangrijk thema voor BIC. Het consortium ziet het als positief dat de strategie niet alleen een analyse bevat, maar ook een actieplan en een tijdlijn. Tegelijk maakt het jaarverslag duidelijk dat dit pas het begin is. De echte vraag is of Europees beleid ook leidt tot investeringen, marktvraag en duidelijke randvoorwaarden voor bedrijven.
BIC mengde zich in 2025 in consultaties over onder meer de Bioeconomy Strategy, de Biotech Act, de Circular Economy Act en de nieuwe Europese begroting voor de periode 2028 tot en met 2034. Ook pleitte de organisatie voor een Important Project of Common European Interest voor de biobased industrie. Dat laat zien dat de sector niet alleen vraagt om steun voor onderzoek, maar ook om een industriebeleid dat productie in Europa helpt opbouwen.
Biomassa krijgt ook een strategische rol
Opvallend in het verslag is de nadruk op strategische autonomie. Volgens BIC kan duurzame biomassa bijdragen aan de Europese concurrentiekracht en aan minder afhankelijkheid van fossiele en geïmporteerde grondstoffen. Daarbij verwijst het consortium onder meer naar zetmeel, suikers en oliehoudende gewassen voor niet voedseltoepassingen, zonder dat voedselzekerheid onder druk hoeft te komen.
Verder wijst BIC op een studie met de Renewable Carbon Initiative en nova Institute. Daaruit blijkt volgens het consortium dat landbouw en houtige biomassa in 2050 ten minste 20 procent van de toekomstige koolstofvraag van de chemische en materialenindustrie kunnen invullen. Dat maakt de discussie over biomassa breder dan alleen duurzaamheid. Het gaat ook over grondstoffenbeleid, industriële keuzes en de vraag welke toepassingen prioriteit krijgen.
2026 moet het verschil maken
Het jaarverslag kijkt met voorzichtig optimisme naar 2026. De voortzetting van de Circular Bio based Europe Joint Undertaking, CBE JU, blijft volgens BIC belangrijk voor de stap van onderzoek naar demonstratie. Maar voor de volgende stap zijn extra maatregelen nodig. Dan gaat het om marktvorming, risicodeling en financiering voor eerste commerciële installaties.
Ook organisatorisch markeert 2025 een overgangsjaar. Dirk Carrez, jarenlang het gezicht van BIC, stopt als uitvoerend directeur. Hij wordt opgevolgd door Philippe Mengal, voormalig directeur van BBI JU, de voorloper van CBE JU. Daarmee kiest het consortium voor iemand met veel ervaring in zowel beleid als opschaling.
Juist daar zal de komende jaren op worden afgerekend. Europa heeft de plannen, de netwerken en de ambities. Nu moet blijken of die ook leiden tot fabrieken, afzetmarkten en productie op schaal.
Bronnen: BIC Annual Report 2025 & Agro&Chemie









