Nederland krijgt een nationaal expertisecentrum dat bedrijven helpt om nieuwe chemische stoffen en materialen al vanaf de tekentafel veiliger en duurzamer te maken. TNO, het RIVM, de VNCI en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hebben daarvoor op 2 maart 2026 de handen ineengeslagen. Het centrum draait om het principe Safe and Sustainable by Design (SSbD). Hierbij vormen veiligheid, gezondheid en milieueffecten niet de sluitpost, maar het vertrekpunt van het innovatieproces.
De noodzaak hiervoor is in de praktijk pijnlijk zichtbaar geworden. In de chemie komen gebreken vaak pas aan het licht wanneer stoffen al op grote schaal worden gebruikt, met hoge maatschappelijke kosten en complexe saneringsvraagstukken tot gevolg. PFAS is daarvan het meest actuele voorbeeld. Het nieuwe centrum moet dergelijke trajecten voorkomen door risico’s voor mens en milieu al in de ontwerpfase uit te sluiten.
Vanaf de eerste schets al denken aan hergebruik
Juist bij de opschaling van biogrondstoffen is deze benadering cruciaal. Hoewel de overstap van fossiele naar biobased grondstoffen een fundamentele pijler is van de grondstoffentransitie, is een biologische herkomst geen automatische garantie voor veiligheid of circulariteit. Door SSbD-principes te hanteren, kunnen ontwikkelaars van nieuwe biochemische bouwstenen direct sturen op eigenschappen zoals biologische afbreekbaarheid en een lage toxiciteit. Zo wordt al in het laboratorium vastgelegd hoe een materiaal na gebruik veilig kan terugkeren in de biologische of technische kringloop.
Om deze theorie naar de werkvloer te brengen, biedt het centrum actieve ondersteuning via trainingen, tools en data die de hele keten bestrijken, van producent tot eindgebruiker. Voor branchevereniging VNCI is het essentieel dat ook het mkb hierbij aansluit. In een speciale ‘hub’ kunnen bedrijven experimenteren met nieuwe methoden binnen de bestaande wet- en regelgeving, wat de drempel voor duurzame innovatie moet verlagen.
Concurrentiekracht door Europese aansluiting
Naast de milieuwinst speelt er een duidelijke economische factor. Nu de Europese eisen rond stoffenbeleid en productveiligheid strenger worden, groeit de druk op chemische bedrijven om hun portfolio te vergroenen. Door veiligheid en duurzaamheid direct in het ontwerp te verweven, versterken zij hun concurrentiepositie en voorkomen zij dat innovaties later vastlopen op juridische barrières.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat financiert het project en zet hiermee in op een stevige positie voor Nederland binnen de Europese markt. Er wordt direct gezocht naar synergie met een toekomstig Europees expertisecentrum voor SSbD en substitutie. Die internationale link is noodzakelijk: chemische waardeketens stoppen niet bij de grens. Kennis die hier wordt ontwikkeld, krijgt pas echt gewicht wanneer deze naadloos aansluit op de toekomstige Europese kaders en beoordelingsmethoden.
Ontwikkelaars van nieuwe polymeren of coatings uit plantaardige reststromen kunnen via het centrum sneller aantonen dat hun producten werkelijk toekomstbestendig zijn. De focus ligt niet op het vertragen van innovatie, maar op het vrijmaken van de weg voor materialen die op de lange termijn houdbaar zijn in een circulaire economie.
Bron: TNO
Foto: Chris Anton, Adobe Stock









