Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft op 13 februari 2026 het advies voor de basisbedragen van de SDE++-regeling voor 2026 gepresenteerd. In samenwerking met TNO en DNV zijn de parameters vastgesteld voor de komende subsidieronde. Voor de bio-energiesector biedt het rapport belangrijke kaders voor de opschaling van groen gas en de inzet van biomassa voor industriële warmte.
Met de bevestiging dat er in 2026 een openstellingsronde plaatsvindt, blijft de SDE++ het hoofdinstrument voor de nationale CO2-reductie. Het advies houdt rekening met een inflatie-escalatie van 6,7% voor de periode 2025-2028, wat leidt tot een stijging van de basisbedragen voor diverse categorieën.
Onderbouwing voor groen gas en de 1,1 bcm doelstelling
Het rapport besteedt uitgebreid aandacht aan de productie van groen gas, mede in het licht van de ambitie om 1,1 miljard kubieke meter (bcm) te produceren in 2030. Het PBL adviseert basisbedragen die de onrendabele top voor installaties, zoals thermofiele vergisters met membraantechnologie, moeten afdekken.
Een belangrijke factor in dit advies is de verwerking van de Brandstofovergangsverplichting. De waarde van Hernieuwbare-Brandstof-Eenheden (HBE’s) wordt expliciet meegenomen in de rangschikking van projecten. Dit zorgt ervoor dat de subsidie nauw aansluit bij de werkelijke marktinkomsten van producenten.
Focus op industriële warmte en mestvergisting
In de warmtesector hanteert het PBL een duidelijke grens tussen hoge- en lagetemperatuurwarmte op 100 graden Celsius. Biomassa-installaties blijven een rol spelen bij het leveren van hoge-temperatuur-warmte aan de industrie. Daarnaast is er specifiek aandacht voor monomestvergisting, waarbij de vermeden methaanemissie uit mest wordt meegerekend in de CO2-rangschikking van een project.
Voor bestaande installaties, zoals slibgistingsinstallaties die worden omgebouwd naar groen gas-productie, brengt het PBL eveneens advies uit om de continuïteit van deze productiestromen te waarborgen.
Tijdlijn en budgettaire kaders
Hoewel het PBL de technische basis legt, stelt het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) de definitieve parameters en het budget vast. De openstelling van de SDE++ 2026 wordt na de zomer verwacht, waarbij projecten worden gerangschikt op basis van hun subsidiebehoefte per ton gereduceerde CO2.
Ondernemers kunnen dit advies gebruiken als richtpunt voor hun investeringsbeslissingen, aangezien het rapport de meest actuele economische uitgangspunten voor hernieuwbare moleculen en warmte bevat.
Bron: Planbureau voor de Leefomgeving – Advies basisbedragen SDE++ 2026









