Het aandeel hernieuwbare energie in het Nederlandse eindverbruik is in 2024 gestegen naar 20,18 procent. Het gaat om 361 duizend terajoule aan bruto eindverbruik van hernieuwbare bronnen. In 2023 was dat 313 duizend terajoule, goed voor 17,59 procent. De cijfers voor 2024 zijn nader voorlopig. Eerdere CBS publicaties noemden voor 2024 nog 19,8 procent en 358 petajoule. De StatLine update van november zet dat nu op 20,18 procent en 361 petajoule. Daarmee blijft de groei zichtbaar, met kleine bijstellingen door definitieve bronnen en methodiek.
Wind en zon groeien door
Wind en zon namen het grootste deel van de groei voor hun rekening. Wind op zee nam toe van 40,6 duizend terajoule in 2023 naar 54,0 duizend terajoule in 2024. Wind op land groeide naar 61,9 duizend terajoule. Zonne energie kwam uit op 79,7 duizend terajoule, waarvan vrijwel alles zonnestroom is. Daarmee stijgt het aandeel van wind en zon in het totale energieverbruik verder door. In de hernieuwbare mix van 2024 vormen biomassa, wind en zon de drie grootste blokken. CBS becijfert die aandelen op respectievelijk ongeveer 34 procent, 32 procent en 22 procent.
Wind op zee nam toe van 40,6 duizend terajoule in 2023 naar 54,0 duizend terajoule in 2024. Wind op land groeide naar 61,9 duizend terajoule. Zonne energie kwam uit op 79,7 duizend terajoule, waarvan vrijwel alles zonnestroom is. Daarmee stijgt het aandeel van wind samen en zon in het totale energieverbruik verder door.
Biomassa verschuift naar vervoer
Het totale verbruik van biomassa steeg in 2024 naar 121,7 duizend terajoule, tegen 106,4 duizend terajoule in 2023. Binnen die som verandert de mix. Bij en meestoken van biomassa in centrales liep terug naar 12,9 duizend terajoule. Afvalverbrandingsinstallaties namen licht af. Biogas daalde marginaal, terwijl het verbruik van biomassa in huishoudens vrijwel gelijk bleef. De opvallendste beweging zit bij vloeibare biotransportbrandstoffen, die opliepen naar 46,1 duizend terajoule. Vooral biodiesel kwam hoger uit op 30,2 duizend terajoule en biokerosine op 5,1 duizend terajoule. De belangrijkste drijvers zijn aangescherpte bijmengverplichtingen en de beschikbaarheid van HVO als vervanger van fossiele diesel. Dat verlegt het zwaartepunt van biomassa van elektriciteitsproductie naar vervoer.
CBS meldt dat de tabel in november 2025 is gereviseerd voor 2021 en 2022 en geactualiseerd voor 2023 en 2024. Een deel van de veranderingen komt door verbeterde data over diesel en biodiesel in mobiele werktuigen bij bouw en diensten. Daardoor is een deel van het biodieselverbruik verschoven van de energietoepassing vervoer naar warmte en koude. Het gaat om enkele petajoule, wat in de tijdreeks zichtbaar kan zijn als een verschuiving tussen toepassingscategorieën.
Context van definities en reikwijdte
De tabel volgt de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie. Cijfers zijn beschikbaar vanaf 1990. Voor 2020 en eerder gelden definities uit de eerste richtlijn, waardoor kleine inconsistenties met andere tabellen mogelijk zijn. Vanaf 2021 is hernieuwbare koude als aparte techniek toegevoegd. CBS toont daarnaast zowel totalen met als zonder statistische overdracht. Voor 2024 zijn alle waarden nader voorlopig.
Voor de bioketen is 2024 een jaar waarin volume groeit terwijl de herkomst schuift. Minder inzet van vaste biomassa in centrales en iets lagere inzet van biogas staan tegenover een sterke toename bij vloeibare biobrandstoffen. Dat past bij de druk op emissies in mobiliteit en de beschikbaarheid van biocomponenten voor diesel en kerosine. Voor burgers verandert weinig zichtbaar, want het huishoudelijke hout en pellets blijven rond hetzelfde niveau en nemen een klein aandeel in het totaal in. Voor bedrijven blijven biomassaketels een stabiele bron voor warmte en warmtekracht, met lichte groei bij warmtekrachtkoppeling. Beleidsmatig vraagt de revisie om zorgvuldige duiding, omdat vergelijkingen tussen jaren niet alleen echte marktbewegingen laten zien maar ook effecten van betere toerekening en definities.
Over de bron:
CBS StatLine is de openbare databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Iedereen kan hier de meest recente en historische cijfers inzien en downloaden. De in dit artikel genoemde waarden komen uit de tabel Hernieuwbare energie verbruik naar energiebron, techniek en toepassing, stand 18 november 2025.
Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing
Gewijzigd op: 18 november 2025
| |||||
|---|---|---|---|---|---|
| |||||
| 2023 | 2024 ** | |||
Bruto eindverbruik | Bruto eindverbruik relatief | Bruto eindverbruik | Bruto eindverbruik relatief | ||
| TJ | % van totaal eindverbruik energie | TJ | % van totaal eindverbruik energie | ||
Totaal hern. energie exc. stat. overdr. | 313 801 | 17,59 | 361 066 | 20,18 | |
Totaal hern. energie inc. stat. overdr. | 313 801 | 17,59 | 361 066 | 20,18 | |
Statistische overdracht | |||||
Totaal, inclusief niet-hernieuwbaar | 1 784 190 | 1 789 258 | |||
Waterkracht | 304 | 0,02 | 300 | 0,02 | |
Totaal windenergie | 97 140 | 5,44 | 115 924 | 6,48 | |
Windenergie op land | 56 580 | 3,17 | 61 912 | 3,46 | |
Windenergie op zee | 40 561 | 2,27 | 54 011 | 3,02 | |
Totaal zonne-energie | 71 762 | 4,02 | 79 713 | 4,46 | |
Zonnestroom | 70 586 | 3,96 | 78 560 | 4,39 | |
Zonnewarmte | 1 176 | 0,07 | 1 153 | 0,06 | |
Totaal aardwarmte en bodemenergie | 13 455 | 0,75 | 14 574 | 0,81 | |
Aardwarmte | 6 798 | 0,38 | 7 478 | 0,42 | |
Bodemwarmte | 6 657 | 0,37 | 7 096 | 0,40 | |
Buitenluchtwarmte | 18 867 | 1,06 | 22 507 | 1,26 | |
Hernieuwbare koude | 5 825 | 0,33 | 6 344 | 0,35 | |
Totaal biomassa | 106 448 | 5,97 | 121 704 | 6,80 | |
Afvalverbrandingsinstallaties | 16 579 | 0,93 | 15 851 | 0,89 | |
Bij- en meestoken biomassa in centrales | 15 372 | 0,86 | 12 910 | 0,72 | |
Totaal biomassa huishoudens | 16 180 | 0,91 | 16 155 | 0,90 | |
Biomassa huishoudens, openhaarden | 1 707 | 0,10 | 1 642 | 0,09 | |
Biomassa huishoudens, inzethaarden | 2 222 | 0,12 | 2 218 | 0,12 | |
Biomassa huishoudens, houtkachels | 9 673 | 0,54 | 9 598 | 0,54 | |
Biomassa huishoudens, pelletkachels | 2 307 | 0,13 | 2 428 | 0,14 | |
Biomassa huishoudens, houtskoolverbruik | 270 | 0,02 | 270 | 0,02 | |
Totaal biomassaketels bedrijven | 21 820 | 1,22 | 22 600 | 1,26 | |
Biomassaketels bedrijven, WKK | 10 816 | 0,61 | 11 657 | 0,65 | |
Biomassaketels bedrijven, alleen warmte | 11 004 | 0,62 | 10 943 | 0,61 | |
Totaal Biogas | 8 340 | 0,47 | 8 132 | 0,45 | |
Biogas uit stortplaatsen | 205 | 0,01 | 169 | 0,01 | |
Biogas rioolwaterzuiveringsinstallaties | 2 218 | 0,12 | 2 209 | 0,12 | |
Biogas, co-vergisting van mest | 3 161 | 0,18 | 3 067 | 0,17 | |
Overig biogas | 2 755 | 0,15 | 2 687 | 0,15 | |
Vloeibare biotransportbrandstof, totaal | 28 157 | 1,58 | 46 056 | 2,57 | |
Biobenzine | 10 781 | 0,60 | 10 752 | 0,60 | |
Biodiesel | 14 730 | 0,83 | 30 187 | 1,69 | |
Biokerosine | 2 646 | 0,15 | 5 117 | 0,29 | |
Tabeltoelichting
INHOUDSOPGAVE 1. Toelichting 2. Definities en verklaring van symbolen 3. Koppelingen naar relevante tabellen en artikelen 4. Bronnen en methoden 5. Meer informatie 1. TOELICHTING Deze tabel bevat cijfers over het bruto eindverbruik (absoluut en relatief) van hernieuwbare energie. Hernieuwbare energie is energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Het is energie uit natuurlijke processen die constant wordt aangevuld. De gegevens kunnen worden uitgesplitst naar energiebron/techniek en naar toepassing (elektriciteit, warmte en vervoer). Het bruto eindverbruik van hernieuwbare energie als percentage van het totale bruto eindverbruik wordt gebruikt als doel voor het Europese en nationale beleid voor hernieuwbare energie. Het totale bruto eindverbruik (de noemer gebruikt voor de berekening van het percentage hernieuwbare energie per ‘Bron/Techniek’) is in de tabel te vinden als ‘Totaal, inclusief niet-hernieuwbaar’ met energietoepassing ‘Totaal’. Het bruto eindverbruik voor de energietoepassingen ‘Elektriciteit’ en ‘Warmte’ zijn ook beschikbaar in de tabel. Hiermee kunnen de percentages van de verschillende technieken per energietoepassing worden berekend; deze waarden zijn niet in de tabel getoond. Het bruto eindverbruik voor ‘Vervoer’ wordt niet getoond in de tabel door de complexiteit achter de berekening hiervan. Meer informatie hierover is te vinden in de jaarpublicatie Hernieuwbare energie in Nederland. Deze tabel richt zich op het aandeel hernieuwbare energie volgens de EU Richtlijn Hernieuwbare Energie. In het kader van deze richtlijn kunnen landen een administratieve overdracht toepassen door hernieuwbare energie te kopen van landen die meer hernieuwbare energie hebben verbruikt dan de afgesproken doelstelling. Voor 2020 heeft Nederland zo’n overdacht toegepast door hernieuwbare energie te kopen van Denemarken. Deze overdracht is in deze tabel zichtbaar gemaakt als aparte energiebron/techniek en er zijn twee totalen opgenomen; een totaal met en een totaal zonder statistische overdracht. Cijfers van 2020 en eerder zijn volgens RED I berekend en worden niet meer aangepast conform de afspraak met Eurostat. Hierdoor kunnen er inconsistenties met andere tabellen ontstaan waar wel updates worden doorgevoerd. Gegevens beschikbaar vanaf: 1990 Status van de cijfers: De cijfers in deze tabel zijn definitief tot en met 2023, de cijfers over 2024 zijn nader voorlopig. Wijzigingen per november 2025. De tabel is gereviseerd voor 2021 – 2022 en geactualiseerd voor 2023-2024. De revisie heeft betrekking op verbeterde data over (bio)diesel en verbruik van mobiele werktuigen in de bouwnijverheid en de diensten. Hierdoor vindt er een verschuiving plaats van biodieselverbruik met energietoepassing vervoer naar energietoepassing warmte en koude. Het gaat om veranderingen van een paar PJ. Wijzigingen per juli 2025: In verband met de langere doorlooptijd dan normaal bij het maken van cijfers over zonnestroom 2024 bevatten niet alle tabellen over energie de nieuwste cijfers over de productie 2024 van zonnestroom. Deze tabel bevat verouderde cijfers van juni 2025. De meest actuele cijfers, met een productie van zonnestroom 2024 die ongeveer 5 procent hoger is, staan in deze twee tabellen: - StatLine - Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio - StatLine - Hernieuwbare energie; zonnestroom, windenergie, RES-regio Bij de volgende reguliere update (november 2025) worden de nader voorlopige cijfers geactualiseerd en bevatten alle tabellen weer dezelfde informatie. Onze excuses voor dit ongemak. Wijzigingen per juni 2025: Cijfers over 2024 toegevoegd. Wijzigingen per januari 2025: Hernieuwbare koude is toegevoegd als Bron/Techniek vanaf 2021, conform de RED II. Cijfers van 2020 en eerder zijn volgens RED I-definities berekend, hernieuwbare koude was geen onderdeel hiervan. De toepassing “Warmte” is hernoemd naar “Warmte en koude”, dit sluit beter aan bij de RED II-indeling van toepassingen van hernieuwbare energie. RED II is de herziene EU Richtlijn Hernieuwbare energie welke in 2021 van kracht is geworden. Wijzigingen per november 2024: Cijfers voor 2021 – 2023 zijn gewijzigd. Hiermee worden de cijfers over 2022 definitief, de cijfers over 2023 nader voorlopig. De cijfers van 2021 zijn gereviseerd. De methode achter de elektriciteitsproductie uit wind is gewijzigd; het eigen verbruik van de windmolens wordt nu meegenomen in de cijfers. Dit is teruggelegd tot en met 2021. Verder zijn er meer windmolens afgesloten in 2021 dan voorheen gedacht. Dit heeft ook invloed op het opgestelde vermogen van 2022 en 2023 en daarmee op de genormaliseerde bruto productie. Hierdoor is het bruto eindverbruik van de windmolens gewijzigd vanaf 2021. Wijzigingen per juni 2024: Cijfers over 2023 toegevoegd. Wijzigingen per maart 2024: De cijfers over co-vergisting van mest en overig biogas voor totaal energietoepassingen zijn hersteld voor 2021 en 2022. Het finaal energieverbruik van niet-duurzaam biogas (volgens RED II) werd onterecht meegenomen voor het bruto eindverbruik van deze biogas-soorten. Cijfers over totaal biogas, totaal biomassa en totaal hernieuwbare energie waren wel juist en zijn hetzelfde gebleven. Wijzigingen per 17 november 2023: Cijfers over 2021 zijn bijgesteld en hebben de status definitief. De cijfers over 2022 zijn geactualiseerd. De nieuwe energiedrager ‘Totaal, inclusief niet-hernieuwbaar’ is toegevoegd vanaf 1990. Vanaf 2022 is de energiedrager 'Biokerosine' toegevoegd. Wijzigingen per 2 juni 2023: Voorlopige cijfers over 2022 zijn toegevoegd. Vanaf verslagjaar 2021 gelden er in het kader van de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (REDII) nieuwe duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa verbruikt in installaties boven een bepaalde vermogensgrens. Alleen biomassa die aan deze criteria voldoet is meegenomen in de cijfers voor 2021 en later. Wanneer komen er nieuwe cijfers: Voorlopige cijfers over het bruto eindverbruik van hernieuwbare energie op hoofdlijnen over het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in juni. In november worden alle cijfers over het verbruik van hernieuwbare energie in het voorafgaande jaar gepubliceerd. Deze cijfers krijgen de status nader voorlopig, definitieve cijfers verschijnen in november van het tweede jaar na het verslagjaar. Belangrijkste (verwachte) wijzigingen tussen nader voorlopig in november en definitief een jaar later zijn de cijfers over zonnestroom. Ook kunnen de cijfers over het aandeel in het totale energieverbruik van Nederland door het beschikbaar komen van bijgestelde cijfers over totaal energieverbruik nog worden gewijzigd. 2. DEFINITIES EN VERKLARING VAN SYMBOLEN Hernieuwbare energie Energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Dit is energie uit natuurlijke processen die constant worden aangevuld. Bruto eindverbruik van energie Het door gebruik opmaken van energie door eindgebruikers. Hierna resteert geen nuttig bruikbare energiedrager. Het verbruik van elektriciteit en warmte door elektriciteitsproductiebedrijven en de distributieverliezen van elektriciteit en warmte is daarbij opgeteld. Eindgebruikers zijn de sectoren industrie (exclusief raffinaderijen), huishoudens, diensten, landbouw, visserij en vervoer. Verklaring van symbolen: niets (blanco) : het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen . : het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim * : voorlopige cijfers ** : nader voorlopige cijfers In deze tabel wordt het symbool niets (blanco) ook gebruikt voor cellen die nihil zijn. 3. KOPPELINGEN NAAR RELEVANTE TABELLEN EN ARTIKELEN Relevante tabellen: De belangrijkste aanverwante tabellen over hernieuwbare energie zijn: - Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen - Biomassa; verbruik en energieproductie uit biomassa per techniek - Vermeden verbruik fossiele energie en emissie CO2 Elektriciteitsproductie uit biomassa, waterkracht, wind en zon per maand is opgenomen in: - Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik De energiebalans staat hier: - Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik - Energiebalans; aanbod en verbruik, sector De tabel die met deze tabel is opgevolgd staat in het archief: Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing; 1990-2019 Relevant artikel: Een toelichting bij de ontwikkelingen en een methodologische verantwoording is te vinden in de publicatie: Hernieuwbare energie in Nederland. Achtergrondartikel voor hernieuwbare koude is hier te vinden: Hernieuwbare koude volgens Europese richtlijn Meer informatie is te vinden op de themapagina Industrie en energie. 4. BRONNEN EN METHODEN De onderzoeksmethode van deze tabel is te vinden in de onderzoeksbeschrijving Hernieuwbare energie. De methode voor de berekening van zonnestroom is in 2018 gewijzigd en leidde tot een revisie van de cijfers vanaf 2012 tot 2017. De nieuwe methode is gepubliceerd in het artikel Zonnestroom op regionaal niveau dat in juni 2018 is verschenen. De berekeningswijze voor hernieuwbare energie staat in meer detail beschreven in het Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie (RVO.nl en CBS). 5. MEER INFORMATIE Infoservice Copyright © Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen Verveelvoudiging is toegestaan, mits het CBS als bron wordt vermeld.
Onderwerpen/classificaties
Onderwerpen
Bruto eindverbruik
In deze tabel wordt als eenheid de TeraJoule (TJ) gebruikt. Dit is 1 000 000 000 000 joule (een 1 met 12 nullen). Een joule is een eenheid van energie die overeenkomt met 0,24 calorie. Een TJ komt overeen met 31 600 kubieke meter aardgas of 278 000 kilowattuur elektriciteit.
Bruto eindverbruik relatief
Bruto eindverbruik van hernieuwbare energie als percentage van het totaal bruto energetisch eindverbruik, berekend volgens definities uit de EU Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009. Het totaal bruto energetisch eindverbruik is de som van drie componenten: 1. Het energetisch eindverbruik van de eindgebruikssectoren: industrie (exclusief raffinaderijen), huishoudens, diensten, landbouw, visserij en vervoer; 2. Transport- en distributieverliezen van elektriciteit en warmte; 3. Het eigen verbruik van de producenten van elektriciteit en warmte bij de productie van elektriciteit en verkochte warmte.
Bron/techniek
Totaal hern. energie exc. stat. overdr.
Het totaal van alle energiebronnen van hernieuwbare energie, exclusief de statistische overdracht van hernieuwbare energie.
Totaal hern. energie inc. stat. overdr.
Het totaal van alle energiebronnen van hernieuwbare energie, inclusief de statistische overdracht van hernieuwbare energie.
Statistische overdracht
Met een statistische overdracht wordt een hoeveelheid hernieuwbare energie ingekocht van een land dat zijn Europese doelstelling heeft behaald en over een overschot beschikt.
Totaal, inclusief niet-hernieuwbaar
Het totaal aan alle energiebronnen, zowel hernieuwbaar als niet-hernieuwbaar.
Waterkracht
Energie opgewekt met behulp van vallend of stromend water.
Totaal windenergie
Energie, opgewekt met een windmolen of windturbine. Windmolens staan op land, in binnenwateren of op zee. Windmolens in binnenwateren worden gerekend bij windenergie op land.
Windenergie op land
Windenergie afkomstig van windmolens op land. Ook de windmolens geplaatst in binnenwateren, zoals het IJsselmeer, vallen hieronder.
Windenergie op zee
Energie afkomstig van windmolens op zee. In het najaar van 2006 is het eerste windpark op zee in gebruik genomen.
Totaal zonne-energie
Zonnestraling gebruikt voor de productie van warm water of elektriciteit door zonnecollectoren of zonnecellen. Zonne-energie die direct wordt benut en niet actief wordt verplaatst door een systeem (passieve zonne-energie) wordt niet meegenomen. Voorbeelden van passieve zonne-energie zijn verwarming van een gebouw of kas door de zon via een raam.
Zonnestroom
Zonnestraling omgezet in elektriciteit.
Zonnewarmte
Zonnestraling omgezet in warmte.
Totaal aardwarmte en bodemenergie
Aardwarmte en bodemenergie is alle energie die afkomstig is van onder het vaste aardoppervlak. Er wordt onderscheid gemaakt in aardwarmte en bodemenergie. De grens ligt bij 500 meter. Bij aardwarmte gaat het alleen om de warmte en bij bodemenergie kan zowel de warmte als de koude uit de bodem benut worden.
Aardwarmte
Aardwarmte is bodemenergie die afkomstig is van een diepte van meer dan 500 m. Bodemenergie beneden deze diepte is afkomstig van processen in het binnenste van de aarde. Ook bekend als diepe bodemenergie of geothermische energie. Aardwarmte wordt doorgaans benut met behulp van een warmtewisselaar. Een warmtewisselaar is een apparaat waarin twee stromen samenkomen met verschillende temperaturen waarbij warmteoverdracht plaatsvindt van de stroom met de hoge temperatuur naar de stroom met de lage temperatuur. Een warmtewisselaar heeft in tegenstelling tot een warmtepomp heel weinig hulpenergie nodig.
Bodemwarmte
Bodemenergie in de vorm van warmte. Het gaat om warmte uit de bodem tot en met een diepte van 500 meter en is afkomstig van uitwisseling van energie met de atmosfeer. Bodemwarmte staat ook bekend als ondiepe bodemenergie en/of warmte/koudeopslag en wordt in de meeste gevallen met tussenschakeling van een warmtepomp benut.
Buitenluchtwarmte
Warmte uit de buitenlucht. Deze wordt benut voor verwarming van woningen en utiliteitsgebouwen door gebruik te maken van een warmtepomp. Een warmtepomp is een apparaat waarmee warmte op een lage temperatuur door toevoer van hulp-energie (vaak elektriciteit) wordt omgezet in warmte bij hoge temperatuur. De werking komt overeen met die van een koelkast. Ook daar wordt warmte van lage temperatuur (in de koelkast) omgezet naar warmte van hoge temperatuur (buiten de koelkast).
Hernieuwbare koude
Dit betreft hernieuwbare koude voor comfortkoeling zoals gedefinieerd in de RED II (vanaf 2021). Koude is de warmte onttrokken uit een gesloten of binnenruimte om de ruimtetemperatuur te verlagen tot- of te houden op een bepaalde temperatuur. Het deel van de koude dat telt als hernieuwbare energie is afhankelijk van de ‘seasonal performance’ (de seizoensgebonden prestatiefactor van de gebruikte techniek).
Totaal biomassa
Plantaardig of dierlijk materiaal van recente oorsprong in gebruik voor productie van energie. Voorbeelden zijn hout, mest en afval uit de voedselverwerkende industrie.
Afvalverbrandingsinstallaties
Het verbranden van afval door afvalverwerkingsinstallaties. Alleen de energie geproduceerd door het verbranden van het deel van het afval dat van planten en dieren afkomstig is telt mee bij de hernieuwbare energie.
Bij- en meestoken biomassa in centrales
Bij- en meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. Een voorbeeld is het meestoken van vaste biomassa in steenkolencentrales. Het gaat hierbij vaak om houtpellets. Pellets zijn geperste brokjes hout.
Totaal biomassa huishoudens
Het verbranden van hout binnen huishoudens door middel van een houtkachel en het verbruik van houtskool.
Biomassa huishoudens, openhaarden
Het verbruik van hout door huishoudens in een openhaard.
Biomassa huishoudens, inzethaarden
Het verbruik van hout door huishoudens in een inzethaard. Inzethaard: Afsluitbare houtgestookte inbouw-kachel.
Biomassa huishoudens, houtkachels
Het verbruik van hout door huishoudens in een vrijstaande houtkachel.
Biomassa huishoudens, pelletkachels
Het verbruik van hout door huishoudens in een vrijstaande pelletkachel.
Biomassa huishoudens, houtskoolverbruik
Het verbruik van houtskool door huishoudens. Het betreft hier vooral het verbruik voor de barbecue. Het vermeden verbruik van fossiele energie en de vermeden emissies van CO2 door het verbruik van houtskool zijn nihil.
Totaal biomassaketels bedrijven
Het verbranden van vaste en vloeibare biomassa voor decentrale elektriciteits- en warmteproductie. Voorbeelden zijn verbranding van hout en papierslib.
Biomassaketels bedrijven, WKK
Verbranden van vaste en vloeibare biomassa in biomassaketels voor decentrale elektriciteitsproductie al dan niet in combinatie met warmteproductie. De afkorting WKK staat voor warmte-krachtkoppeling: de gecombineerde opwekking van elektriciteit (kracht) en warmte. In deze categorie zijn ook enkele installaties opgenomen die alleen elektriciteit produceren. Het meestoken van biomassa in kolencentrales valt niet onder deze categorie; zie hiervoor 'Bij- en meestoken biomassa in centrales'.
Biomassaketels bedrijven, alleen warmte
Het verbranden van vaste en vloeibare biomassa uitsluitend voor warmteproductie. Het betreft meestal houtkachels en houtketels bij bedrijven die warmte opwekken.
Totaal Biogas
Gas ontstaan door vergisting van organisch materiaal. Voorbeelden daarvan zijn slib uit afvalwaterzuivering, gestort afval(stortgas), groente, fruit en tuinafval (GFT), mest, mais en plantaardige reststromen uit de landbouw, agro-industrie en handel.
Biogas uit stortplaatsen
Uit het organische deel van gestort afval ontstaat stortgas. Een deel hiervan wordt nuttig gebruikt.
Biogas rioolwaterzuiveringsinstallaties
Actieve vergisting van organisch materiaal in rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Biogas, co-vergisting van mest
Vergisting van mest in combinatie met ander plantaardig materiaal. Vaak maar niet altijd uitgevoerd door landbouwbedrijven. Tot en met 2004 opgenomen bij 'Overig biogas'. Vergisting van alleen mest (monovergisting) valt ook hieronder.
Overig biogas
Het gaat hierbij voornamelijk om vergisting van afval van plantaardige oorsprong in de industrie en om vergisting van groente- fruit- en tuinafval (GFT). Tot en met 2004 inclusief 'Biogas, co-vergisting van mest'.
Vloeibare biotransportbrandstof, totaal
Totaal vloeibare biotransportbrandstoffen: Brandstoffen gemaakt uit plantaardig of dierlijk materiaal voor vervoer en mobiele werktuigen. Het gaat hierbij om de biobrandstoffen die worden verkocht op de Nederlandse markt, veelal bijgemengd bij gewone benzine en diesel. In deze tabel worden vanaf 2011 biobrandstoffen uitgesloten als ze niet voldoen aan de duurzaamheidscriteria uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie. Of er is voldaan aan de criteria wordt bepaald op basis van informatie van de Nederlandse Emissie-autoriteit (NEa). In de StatLine tabellen 'Biomassa, verbruik per techniek' en 'Vloeibare biotransportbrandstoffen' worden daarentegen alle biobrandstoffen meegenomen. Daardoor kan de verbruikte hoeveelheid biobrandstof in deze tabel afwijken van de verbruikte hoeveelheid in de andere tabellen. Vloeibare biotransportbrandstoffen voor het wegverkeer vallen in deze tabel onder de energietoepassing 'vervoer'. Vloeibare biotransportbrandstoffen voor mobiele werktuigen in de bouw en de landbouw vallen in deze tabel onder de energietoepassing 'warmte'. Deze indeling komt voort uit de EU-richtlijn Hernieuwbare Energie.
Biobenzine
Biobrandstoffen die geschikt zijn om te gebruiken in benzinemotoren, meestal na bijmenging in gewone benzine. Een veel gebruikte vorm van biobenzine is bio-ethanol
Biodiesel
Biobrandstoffen die geschikt zijn om te gebruiken in dieselmotoren, meestal na bijmenging in gewone diesel. HVO (hydrotreated vegetable oil) valt ook onder biodiesel.
Biokerosine
Kerosine gemaakt uit plantaardig of dierlijk materiaal. Ook wel bekend als sustainable aviation fuels (SAF) indien de brandstof op milieuvriendelijk wijze is gemaakt, in overeenstemming met Europese afspraken over duurzaamheid biobrandstoffen.
Energietoepassingen
Totaal energietoepassingen
Perioden
2023
2024 **
Nader voorlopige cijfers









