Het Joint Research Centre van de Europese Commissie publiceert een nieuwe Science for Policy brief met actuele cijfers over de Europese bioeconomie. De publicatie laat zien hoe groot de economische betekenis inmiddels is en waar de groei vandaan komt.
In 2023 leverden biomassaproducerende en verwerkende sectoren samen 863 miljard euro aan toegevoegde waarde. Dat is ongeveer vijf procent van het Europese bbp. Twee derde van die waarde komt uit biogebaseerde maakindustrie. Voedsel en dranken plus andere agromanufacturing nemen 305 miljard euro voor hun rekening. Biofarmacie voegt 102 miljard euro toe, hout en meubels 61 miljard euro, papier 52 miljard euro en biogebaseerde textiel 29 miljard euro. Biogebaseerde chemicaliën tellen mee voor 14 miljard euro, plastics en rubber voor bijna vier miljard euro.
Banen verschuiven binnen de keten
De werkgelegenheid in de bioeconomie komt uit op 17,1 miljoen banen, bijna acht procent van alle banen in de EU. Sinds 2013 daalde het totaal aantal banen, vooral in de landbouw. Groei in industrie compenseerde dit deels. Voedselverwerking telt in 2023 4,8 miljoen banen. Relatief kleine segmenten lieten de snelste groei zien, zoals bio elektriciteit en vloeibare biobrandstoffen. Per saldo bleef het aandeel van biogebaseerde industrie in de totale werkgelegenheid stabiel, terwijl de bijdrage aan het bbp steeg van 4,6 naar vijf procent.
Neem je aanpalende diensten mee die samenhangen met biogebaseerde goederen en activiteiten, dan groeit de bioeconomie fors. In die bredere afbakening ligt de toegevoegde waarde tussen 1,9 en 2,7 biljoen euro. Dat is elf tot zestien procent van het bbp. De werkgelegenheid ligt dan tussen 42 en 60 miljoen banen, negentien tot achtentwintig procent van het totaal. Het JRC gebruikt hier bandbreedtes vanwege methodische onzekerheden en datagaten in enkele sectoren.
R&D als motor voor opschaling
Bedrijven in biomassaproducerende en verwerkende sectoren besteedden in 2023 naar schatting 17,3 miljard euro aan onderzoek en ontwikkeling. Tel je verwante kennisintensieve activiteiten mee, dan komt dit uit op 23,2 miljard euro. De trend sinds 2013 laat een oplopende bijdrage aan bbp en aan R&D zien, wat wijst op een sterkere innovatiebasis.
Het JRC bepaalt het biogebaseerde aandeel per sector op productniveau en aggregeert dit naar NACE sectoren. Volledig biogebaseerde activiteiten tellen integraal mee, deels biogebaseerde sectoren krijgen een gewogen aandeel. Sommige activiteiten zoals bio warmte, delen van bouw en afvalverwerking zijn in de kerncijfers niet volledig verwerkt door beperkte data. In de bredere dienstenafbakening vangt het JRC dit op met intervalschattingen.
Betekenis voor Nederland
De cijfers onderstrepen het gewicht van Nederlandse clusters in agrofood, papier en hout, en van kennisintensieve maakindustrie. Groeikansen liggen in biotechnologie, betere toegang tot pilotfaciliteiten en sneller vergunningenwerk. Daarmee sluit de publicatie aan op de inzet van de nieuwe Europese strategie, die mikt op het wegnemen van belemmeringen en op betere financiering voor opschaling.









