(zeker op het gebied van biogrondstoffen)
Er wordt dezer dagen veel gecongresseerd in Nederland. Wie LInkedin opent ziet de ene line-up na de andere. Omdat ik nu eenmaal in die bubbel zit, domineren in mijn timeline de bijeenkomsten over energie en chemie. Sommige bezoek ik, zoals deze week de jaarlijkse Energyday van online magazine Energeia. Een prima congres, met onder meer een bevlogen Diederik Samsom op het podium, die enthousiast vertelde over innovaties in de energiesector. En een goed betoog van Carolien Gehrels over een clustercontract voor CO2-infrastructuur. Maar alle presentaties blijven netjes binnen de kaders van de energiesector. En dat is een gemiste kans.
Output van de energiesector is namelijk super interessant voor de chemische sector. Biogrondstoffen spelen daarbij een belangrijke rol. Bio-energie (groene stroom, groen gas) wordt geproduceerd uit organische stoffen. Chemische processen maken het mogelijk om de daarbij vrijkomende CO2 om te zetten in diverse producten. Neem ethanol; een oplosmiddel dat wordt gebruikt in schoonmaakmiddelen en in desinfecterende gels. Bio-ethanol wordt al direct geproduceerd uit biomassa, maar inmiddels ook uit biogene CO2. Hetzelfde geldt voor methanol, dat gebruikt wordt voor de productie van plastics, verven en brandstof. Syngas is al een basis voor methanol maar het kan ook worden geproduceerd uit een combinatie van waterstof en biogene CO2. Zo ontstaat e-methanol of groene methanol. Nieuwe ontwikkelingen dienen zich ondertussen aan. Ook voor het ontvlambare en kostbare acyteleen is technologie in ontwikkeling op basis van biogene CO2. Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van Carbon Capture & Utilization, ofwel CCU. De ontwikkelingen op dit gebied gaan zo snel, dat wat mij betreft aanpassing van de bekende biomassa-piramide aan de orde is. De – op zich terechte – redenatie dat we schaarse biomassa zo hoogwaardig mogelijk moeten inzetten, ligt ten grondslag aan dit cascaderings-model. Energietoepassingen staan sinds jaar en dag onderaan in de driehoek. Maar we gaan steeds vaker zien dat CO2 uit bio-energie een chemische weg vindt naar de hogere regionen (zie plaatje).

De omzetting van CO2 -biogeen, fossiel, atmosferisch of oceanisch (jaja)- naar chemische bouwstenen vereist veel energie. Dat maakt het nu nog een kostbare zaak. Maar het is wel een kans om in Nederland tegelijkertijd een verduurzamingsslag te maken én chemische en industriële innovaties te creëren. Er zijn al (elektrochemische) processen in ontwikkeling die minder energie verbruiken. Of misschien gaan we in Nederland innoveren en gebeurt commercialisatie in landen met een surplus aan schone energie.
Hoe we het ook aanpakken: er ligt een enorme kans in de samenwerking tussen de energie en de chemie. Mijn oproep is derhalve: zet chemici en energie-experts ook eens naast elkaar op een podium. Wie weet welke spreekwoordelijke chemie daar ontstaat.

Over de auteur
Marieke van der Werf
Adviseur op het gebied van energie en circulaire economie

Marieke van der Werf is adviseur op het snijvlak van duurzaamheid en politiek. Na haar Kamerlidmaatschap trad zij als partner toe tot Bureau Publyon, Public Affairs en Corporate Communicatie. Marieke heeft zich gespecialiseerd in energie en circulaire economie en adviseert onder andere het Platform Groen Gas. Ook is zij voorzitter van de CCU-Alliantie en initiatiefnemer van de Taskforce Negatieve Emissies, waar biogene CO2 een belangrijke rol speelt. Naast haar advieswerkzaamheden vervult Marieke toezichthoudende rollen bij o.a. het Friese Energiefonds en bij Spaarnelanden BV.









