Biomassa blijft in 2024 de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. In de langjarige statistiek die het CBS op 8 september publiceerde staat biomassa voor 34 procent van het totale verbruik van hernieuwbare energie. Daarmee ligt het aandeel hoger dan wind en zon afzonderlijk. Het gaat om voorlopige cijfers die in het jaarrapport Hernieuwbare energie in Nederland 2024 zijn samengebracht.
Biomassa blijft de grootste bron
Het totale aandeel hernieuwbare energie in het Nederlandse eindverbruik kwam in 2024 uit op 19,8 procent. Binnen die hernieuwbare mix neemt biomassa 34 procent voor haar rekening, wind 32 procent en zon 22 procent. Buitenluchtwarmte en bodemenergie voegen samen 8 procent toe, de rest komt uit waterkracht, aardwarmte en hernieuwbare koude. Deze verdeling laat zien dat biomassa nog steeds een dragende pijler is in de energiemix van hernieuwbare bronnen.
Waar de energie uit biomassa vandaan komt
De CBS analyse laat zien dat de belangrijkste toepassingen samen ruim zeven van de tien eenheden van het verbruik van biomassa verklaren. Het gaat om vloeibare biotransportbrandstoffen, energie uit afvalverbrandingsinstallaties, meestook in kolencentrales en het gebruik van biomassa in WKK installaties bij bedrijven. In 2024 leverden afvalverbrandingsinstallaties ongeveer 4 procent van het hernieuwbare eindverbruik, net als het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. WKK installaties bij bedrijven droegen ongeveer 3 procent bij en stoken van biomassa voor warmte bij bedrijven nog eens 3 procent. Biogas uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en overig biogas voegden elk ongeveer 1 procent toe.
Houtstook door huishoudens in perspectief
Huishoudens spelen ook een rol. Ongeveer een miljoen huishoudens beschikt over een houtgestookte installatie. Samen vertegenwoordigt de houtstook thuis in 2024 ongeveer 5 procent van het hernieuwbare eindverbruik. Het CBS wijst erop dat dit aandeel meetelt in de hernieuwbare balans omdat het om direct verbruik van hernieuwbare energie gaat. Zelfs het incidentele gebruik van houtskool in de zomer telt marginaal mee.
Schuivende verhoudingen binnen biomassa
In het totaalbeeld is 2024 geen jaar van uniforme groei. De lichte stijging van het totale verbruik van biomassa ten opzichte van 2023 komt vooral door meer inzet van vloeibare biotransportbrandstoffen. Andere vormen daalden of bleven vergelijkbaar. Zo nam het meestoken in kolencentrales af met ongeveer veertien procent en daalde de bijdrage van afvalverbrandingsinstallaties met ongeveer negen procent. De stijging bij biobrandstoffen hangt samen met de hogere jaarverplichting en een grotere inzet van HVO binnen wegvervoer.
Duurzaamheidseisen sturen de cijfers
Voor vaste biomassa die in grote installaties wordt ingezet gelden strikte duurzaamheidseisen uit de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie. Vanaf 2023 moet vaste biomassa voor energiedoeleinden aantoonbaar duurzaam zijn om als uitstootvrij te tellen binnen het Europese emissiehandelssysteem. De CBS methodiek sluit daarbij aan en rekent alleen volumes mee die aan deze eisen voldoen. Dit verklaart mede waarom de inzet per categorie kan schommelen.
Wat dit betekent voor beleid en markt
De cijfers plaatsen de discussie over biomassa in een concreet kader. Zolang biobrandstoffen en reststromen uit afval en industrie substantieel bijdragen, blijft biomassa een factor van betekenis in het behalen van nationale doelstellingen. Tegelijk laat de daling bij meestook en bij afvalverbranding zien dat het beleid en de markt in beweging zijn, met meer nadruk op liquid fuels voor mobiliteit en op warmte bij bedrijven. Voor gemeenten en netbeheerders is relevant dat WKK installaties en warmteketels bij bedrijven samen een merkbaar deel van de hernieuwbare warmte leveren. Voor consumenten geldt dat individueel gebruik, zoals houtstook, zichtbaar doorwerkt in de nationale statistiek, wat vraagt om transparante informatie over luchtkwaliteit en verbruik.
De publicatie maakt ook duidelijk dat de hernieuwbare energiemix breder wordt gedragen door wind op zee en zon op land en dak. Dat maakt de Nederlandse afhankelijkheid van biomassa kleiner dan enkele jaren geleden, maar biomassa blijft voorlopig een onmisbaar onderdeel van het totaal. De komende jaren bepalen Europese regels, nationale verplichtingen voor vervoer en de beschikbaarheid van duurzame reststromen hoe die rol zich verder ontwikkelt.
Bronnen CBS publicatie Hernieuwbare energie in Nederland 2024, hoofdstuk Biomassa, publicatiedatum 8 september 2025; CBS nieuwsbericht over hernieuwbare energie in 2024.









