En dat is slecht nieuws voor biogrondstoffen
Biogrondstoffen vormen een belangrijk onderdeel van de circulaire economie. De biologische kringloop stoelt op het principe dat organische materialen na gebruik weer worden opgenomen in de natuur, zodat ze opnieuw als grondstof hun weg vinden naar bouwmaterialen, plastics, brandstof en tal van andere producten. Niet voor niets is de biobased economie één van de speerpunten van de transitie naar een volledig circulaire economie in 2050. Maar de ambitie om in 2030 50% a-biotische grondstoffen te vervangen door onder meer biogrondstoffen dreigt te worden losgelaten.
Even wat achtergrond: Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) uit 2023 vormt de routekaart voor de grondstoffentransitie. Het programma bouwt voort op beleidskaders als ‘Nederland Circulair in 2050’ en het in 2016 tussen overheid en maatschappij gesloten ‘Grondstoffenakkoord’. In al die stukken is het de ambitie om in 2030 ons grondstoffengebruik tot de helft terug te schroeven en om in 2050 volledig circulair te zijn. Sinds 2021 evalueert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de voortgang ten aanzien van de doelen. Ook dit jaar. PBL concludeert dat er “weliswaar verschillende initiatieven zijn genomen op het gebied van de circulaire economie, maar dat het al met al nog niet de goede kant opgaat”.
Het moge duidelijk zijn dat er een beleids-tandje bij moet. Maar dat is niet de route die het demissionaire kabinet kiest. In plaats van het beleid te intensiveren, verandert men het doel: het meetmoment verschuift naar 2035 en het ministerie wil dan sturen op vermindering van alle grondstoffen, vermindering van milieudruk en zoveel mogelijk recycling.
Het is mijns inziens een verkeerd signaal. De urgentie wordt afgezwakt en de nieuwe doelen zijn weinig concreet. Nut en noodzaak van de inzet van biogrondstoffen blijven erkend, maar beleid verschuift naar de toekomst. Doodzonde, gezien de ontwikkelingen. Over de bouw zegt PBL dat de circulaire effecten vooral worden “gerealiseerd door substitutie door biobased materialen.” Innovatie in de chemie is voor een groot deel gestoeld op organische grondstoffen en duurzame koolstof. Het vastleggen van biogene CO2 in producten en processen (CCU) ontgroeit de kinderschoenen. Biogene energie als groen gas en bio-elektriciteit sluiten de CO2-kringloop. Kortom: de biobased economie is op stoom! In het zicht van de haven het doel verleggen. Ik vind het een zwaktebod. In het streven naar onafhankelijkheid en weerbaarheid, bij groeiende schaarste in een nerveuze wereld, zet Nederland een verkeerde stap. Lees dit maar als een oproep om waar mogelijk de politiek op andere gedachten te brengen.

Over de auteur
Marieke van der Werf
Adviseur op het gebied van energie en circulaire economie

Marieke van der Werf is adviseur op het snijvlak van duurzaamheid en politiek. Na haar Kamerlidmaatschap trad zij als partner toe tot Bureau Publyon, Public Affairs en Corporate Communicatie. Marieke heeft zich gespecialiseerd in energie en circulaire economie en adviseert onder andere het Platform Groen Gas. Ook is zij voorzitter van de CCU-Alliantie en initiatiefnemer van de Taskforce Negatieve Emissies, waar biogene CO2 een belangrijke rol speelt. Naast haar advieswerkzaamheden vervult Marieke toezichthoudende rollen bij o.a. het Friese Energiefonds en bij Spaarnelanden BV.









