In 2024 is de inzet van hernieuwbare energie in de Nederlandse vervoerssector flink toegenomen. Uit de nieuwste rapportage van de Emissieautoriteit blijkt dat bedrijven samen 107 miljoen gigajoule aan duurzame energie leverden, goed voor een CO₂-reductie van 4,5 megaton. Dat is bijna veertig procent meer dan het jaar ervoor. Toch bleef de totale toename iets achter bij de verwachtingen van het kabinet, dat rekende op twintig petajoule extra. De teller bleef steken op vijftien.
De stijging is het directe gevolg van aangescherpte regelgeving. De verplichting voor brandstofleveranciers om een aandeel hernieuwbare energie bij te mengen ging omhoog naar 28,4 procent. Tegelijk werd het minder aantrekkelijk om deze verplichting in te vullen met biobrandstof voor de zeevaart. Die leveringen tellen sinds 2024 nog maar voor 40 procent mee in het systeem. Daardoor verlegde de markt zijn focus naar wegvervoer.
De effecten daarvan zijn goed zichtbaar. In 2023 werd nog 64 procent van alle hernieuwbare brandstof aan het wegverkeer geleverd, in 2024 was dat gestegen naar 80 procent. Tegelijk daalde het aandeel voor zeevaart van 28 naar 7 procent. Luchtvaart nam juist een vlucht, met een groei van 8 naar 12 procent. Daar spelen nieuwe Europese regels een rol, zoals ReFuelEU, en belastingvoordelen via het ETS-systeem.
Wat vooral opvalt is de verschuiving in soorten brandstof. HVO, een synthetische diesel die beter mengt dan traditionele biodiesel, groeide explosief. Het aandeel steeg van 17 procent in 2023 naar 41 procent in 2024. Dit ging vooral ten koste van FAME, de traditionele biodiesel die maar beperkt bijgemengd mag worden. HVO maakt gebruik van afvalstromen zoals palmolie-afvalwater, dat door zijn samenstelling meer HBE’s oplevert binnen het systeem.
De grondstoffen komen grotendeels uit Azië. Indonesië was in 2024 de grootste leverancier met 26 procent van alle gebruikte biomassa, gevolgd door China en Maleisië. Opvallend is dat Nederland zelf slechts 4 procent van de grondstoffen leverde, volledig afkomstig uit afvalstromen. Biobrandstoffen op basis van palmolie of soja werden niet ingezet, in lijn met afspraken in het Klimaatakkoord.
Hoewel het systeem efficiënt blijkt te werken, zijn er ook zorgen. De aanvoerketens van biobrandstoffen zijn mondiaal en complex. Reststromen uit bijvoorbeeld Indonesië of China zijn moeilijker te controleren. De betrouwbaarheid van certificaten en controles komt dan onder druk te staan. De Emissieautoriteit pleit daarom voor meer internationale samenwerking en betere informatiepositie voor toezichthouders.
Ondanks deze uitdagingen laat de rapportage zien dat beleidsmaatregelen effect hebben. Meer bedrijven dan ooit boekten duurzame brandstof in, waaronder ook aanbieders van elektriciteit. Elektrisch vervoer groeide met 70 procent en vertegenwoordigt nu bijna 6 procent van de hernieuwbare energie in de sector.
Vanaf 2026 verandert het systeem opnieuw. Dan verdwijnen de HBE’s en wordt er beloond op basis van de daadwerkelijke CO₂-reductie per kilogram. Dat vraagt om nieuwe rekenmethodes en scherper toezicht, zeker omdat de ketens vaak buiten Nederland liggen. Voorlopig is de inzet duidelijk: minder fossiel, meer duurzaam, en een betrouwbaarder systeem voor hernieuwbare mobiliteit.
Link naar ‘Rapportage Hernieuwbare Energie voor Vervoer 2024’









