De energietransitie draait niet alleen om technologie of beleid, maar ook om het maken van keuzes die overeind blijven als de toekomst anders uitpakt dan verwacht. Onderzoekers van onder andere ETH Zürich en RWTH Aachen publiceerden onlangs een studie die precies dat in kaart brengt. Hoe gebruik je biomassa op een manier die niet alleen vandaag logisch lijkt, maar ook morgen nog waardevol blijkt?
In de studie, gepubliceerd in mei 2025 op het open platform arXiv, gebruikten de onderzoekers een nieuwe methode voor systeemplanning. Niet één voorspeld toekomstbeeld stond centraal, maar 936 verschillende scenario’s. Elk scenario varieerde op factoren als grondstofprijzen, beschikbaarheid van hernieuwbare elektriciteit, technologische ontwikkelingen en het tempo van elektrificatie. De centrale vraag: welke keuzes met biomassa leiden in de meeste gevallen tot een robuust energiesysteem?
De resultaten laten zien dat niet elke toepassing van biomassa even verstandig is. Het gebruik van biomassa voor laagwaardige warmte, zoals verwarming van woningen of kleinschalige stadsverwarming, bleek in veel scenario’s een matige keuze. Deze toepassingen boden weinig flexibiliteit en scoorden relatief slecht als gekeken werd naar effectiviteit, kosten en alternatieven. Anders was dat bij toepassingen als biobrandstoffen en biogebaseerde chemicaliën. Die bleken in vrijwel alle toekomstbeelden waardevol, zelfs als de beschikbaarheid van duurzame elektriciteit of waterstof meeviel. Het gebruik van biomassa als grondstof voor transportbrandstoffen, methaan of duurzame plastics bleek daarmee het minst gevoelig voor veranderingen in de rest van het energiesysteem.
Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is de methode waarmee keuzes zijn geëvalueerd. De wetenschappers spraken van strategieën waarvan achteraf zelden spijt is, omdat ze in uiteenlopende situaties goed blijven presteren. In plaats van te zoeken naar dé optimale toekomst, keken ze naar patronen die in veel scenario’s positief uitpakten. Juist in een periode waarin onzekerheden groot zijn, is zo’n aanpak bijzonder relevant voor beleidsmakers en investeerders.
Voor de inzet van biomassa betekent dit dat het verstandig is om keuzes te richten op sectoren waar weinig alternatieven zijn. Luchtvaartbrandstoffen, scheepvaart, chemische grondstoffen en processen die moeilijk te elektrificeren zijn, lijken daarbij het meest gebaat bij inzet van biogene koolstof. Het model toonde ook dat gecombineerde systemen, zoals bioraffinaderijen die zowel brandstoffen als chemicaliën produceren, extra waarde bieden. Zij spreiden risico’s en spelen in op verschillende marktvraagstukken tegelijk.
Voor landen als Nederland, waar de ruimte beperkt is en de industrie steeds meer vraagt om duurzame brandstoffen en grondstoffen uit biomassa, biedt dit onderzoek een duidelijk handelingsperspectief. In plaats van breed in te zetten op biomassa voor verwarming of laagwaardige toepassingen, ligt de kracht in focus. Door infrastructuur en beleid te richten op hoogwaardige toepassingen en tegelijkertijd de duurzaamheid van biomassa te bewaken, ontstaat een veerkrachtig energiesysteem dat meebeweegt met de toekomst.
Het onderzoek zelf is vrij beschikbaar en te lezen via arXiv:
Low regret strategies for energy systems planning in a highly uncertain future (mei 2025)









